Logo hetkrantje-online.nl
Pastoor Maarten van den Velden (1603-1639).
Pastoor Maarten van den Velden (1603-1639).
historisch leven aan de vliet

Eerste Stompwijkse pastoor

  •   keer gelezen   Actueel

Stompwijk - In 1635 werd pastoor Maarten van den Velden de eerste pastoor van Stompwijk na de Reformatie. De godvruchtige man had een degelijke opleiding gehad en wat nog boeiender was: hij kwam uit de buurt. Hij was een Leidenaar en kende de Stompwijkse bevolking als geen ander. Zijn statie strekte zich uit van Nootdorp tot Zoetermeer, waarbij hij besloot in Stompwijk te gaan wonen. Het was hard werken voor de geestelijke herder.

Door F.J.A.M. van der Helm

Na de Beeldenstorm in 1567 en het in 1580 officieel afgekondigde verbod voor de Katholieken om hun eredienst uit te oefenen, leek het gedaan met de Katholieke godsdienst. De Katholieken konden kiezen ondergronds te gaan of over te gaan naar de protestantse godsdienst. In Stompwijk en Zoeterwoude bleef de bevolking grotendeels trouw aan de oude kerk, doch hun geestelijk voorman mocht niet langer zijn werk verrichten.

Lakenkoper
In die rumoerige tijd werd in 1603 te Leiden een jongen geboren in het gezin van lakenkoper Joris Pietersz van den Velden en Dieuwertje Jacobsdr van Berkel. Maarten groeide op in hun huis op de hoek van de Maarsmansteeg en de Kapelsteeg, waar de familie in 1622 nog is terug te vinden. De welgestelde vrome familie besloot hun zoon naar Frankrijk te sturen om opgeleid te worden tot priester. In 1627 wordt hij te Antwerpen tot priester gewijd en vervolgens in 1635 tot eerste pastoor van de statie Stompwijk benoemd.

Wilsveen
Martinus deed zijn uiterste best om de kudde van gelovigen te inspireren, wat niet gemakkelijk was met de nauwelijks geletterde boerenbevolking. Ook het Mariabedevaartsoord te Wilsveen viel onder zijn parochie en hij heeft geprobeerd dit heiligdom, dat al aan het begin van de 15e eeuw werd genoemd, opnieuw op de kaart te zetten. Ofschoon de man in zijn uitgestrekte parochie een graag geziene gast was, probeerde de wereldlijke (en protestantse) overheid hem zijn werk onmogelijk te maken. In het tolerante Nederland was het Katholicisme immers verboden.

Dodelijke aanslag
Eigenlijk heeft Maarten maar 4 jaar zijn werk als pastoor kunnen verrichten voordat er bruut een einde kwam aan zijn leven. Op zondag 6 maart 1639 was hij in het buurtschap Middelburg nabij Gouda om, ter vervanging van pastoor Joannes Cuysten die die dag afwezig was, een Heilige Mis op te dragen in een kapel. Hij was nauwelijks begonnen toen schout Nicolaas Vermeyde met zijn bende binnendrong en de eerwaarde, die aan het altaar stond, met een zwaard of bijl ernstig verwondde aan zijn hoofd. In zijn misgewaden werd hij bloedend naar de gevangenis in Den Haag gebracht. Hij werd door zijn familie voor 1.300 gulden vrijgekocht en naar zijn ouderlijke woning in Leiden overgebracht. Daar overleed hij aan zijn zware verwondingen. Hij werd in de Pieterskerk begraven in een graf van zijn opa. Tijdens de uitvaart gooiden opgestookte papenhaters stenen naar de voorbijtrekkende kist en joelden antipaapse leuzen.

Reacties naar helmhuis@ziggo.nl

Meer berichten