Afbeelding
HISTORISCH LEVAN LANGS DE VLIET

Burgemeester niet welkom

Actueel 542 keer gelezen

Leidschendam - Toen de gemeente Veur in 1842 een nieuwe burgemeester kreeg, had dat heel wat voeten in de aarde. Het moet er wel één van ons zijn, was ook toentertijd al de leus.

Stel je voor dat een klein dorpje als Veur protesteert tegen de nieuwbenoemde burgemeester van hun dorp. Het gebeurde echt in 1842 toen burgemeester jhr. mr. Jan Hendrik Caan van Neck op de voorzittersstoel kwam te zitten van de overleden burgervader Coenraad van Eijk, die eerst schout en laten burgemeester was van Veur. Bij elkaar een periode vanaf de Napoleontische tijd in 1810 tot zijn dood in 1842. In Veur (Leidschendam) is een straatnaam naar hem vernoemd: Schout van Eijklaan nabij het winkelcentrum dat vroeger de naam Leidsenhage droeg.

De 32-jarige machtsperiode van deze Van Eijk doet vermoeden dat het een populaire burgemeester was, die goed lag bij de kleine gemeenschap van nog geen duizend zielen. Er was echter een probleem wat hem niet geliefd maakte: zijn nevenfunctie. Hij was niet alleen burgemeester van Veur, maar tevens van Voorschoten, zij het gedurende een kortere periode namelijk 1817 tot 1842. Bij de inauguratie van burgemeester Caan werd door de waarnemend burgemeester dan ook uitgesproken dat “de gemeenteraad zich unaniem tegen u heeft moeten verklaren tijdens de voordracht door de regering!” De gemeenteraad was het zat een burgemeester te hebben die de functie van burgemeester ook in een andere plaats bezat. Je kan geen twee heren dienen was het adagium. Veur en Voorschoten zijn naburige gemeenten met concurrerende belangen. Daar kwam nog bij dat burgemeester Van Eijk in Voorschoten woonde en dat was helemaal een doorn in het oog van de Veurenaren. Ze moesten om de haverklap heen en weer pendelen tussen Veur en Voorschoten: de bode versleet een paar extra zolen in het jaar.

Na het plotselinge overlijden van Van Eijk, wilde de gemeenteraad een burgervader voor zichzelf en het liefst uit hun midden. Een bekende Veurenaar die gemakkelijk aanspreekbaar was. Daar koning Willem I de heerlijke rechten enigszins had teruggegeven, mochten de heren van Veur en Voorschoten (dat was toentertijd Nicolaas Steengracht (1806-1866), die op Duivenvoorde resideerde) een voordracht aan de koning maken. Gelukkig kregen Voorschoten en Veur allebei een andere burgemeester, zodat dat probleem was opgelost.

Jan Caan kwam dan wel niet uit Veur, maar wel uit het naburige Voorburg, waar hij in 1817 werd geboren als zoon van de Haagse politicus Hendrik Johan Caan (1781-1864) en Margaretha van Hoogstraten (1786-1837). In 1821 werd zijn vader verheven in de adelstand en in 1844 werd zijn geslachtsnaam op verzoek van zijn grootmoeder uitgebreid met Van Neck. De Veurse gemeenteraad vertelde niets persoonlijks tegen de burgemeester te hebben, maar dat ze formeel unaniem tegen hem waren. Hij kwam en is tot 1850 gebleven.

Afbeelding

Uit de krant