Ronald Lamping (foto: Het Krantje)
Ronald Lamping (foto: Het Krantje)

COLUMN: BAL

Columns 9 keer gelezen

De kinderen zijn de deur uit. Back to basis. We begonnen met twee en we zijn nu weer op dat oude niveau. Zitten weer samen aan tafel zonder allerhande ditjes en datjes van de kinderen. Soms eten we gewoon, zonder iets te zeggen. Zalig.

Door Ronald Lamping

Veel gebeurd dit jaar. U weet 't, ik ben geen man om achterom te kijken. Waarom zou ik? Maar ja, het laatste kind het huis uit en het pensioen zijn natuurlijk geen niemendalletjes. Tóch ga ik gewoon verder. Ga het allemaal niet uitvergroten. Het overkomt zovelen. Niets bijzonders. Niets.

Ik ben een gelouterde man in crisissituaties. Heb zoveel heikele kwesties meegemaakt. Zat vaak in het oog van de orkaan. Weinig wond me echt op. Vond vaak een oplossing. Dat heette toen omgaan met mensen. Nu ben je overgeleverd aan managers. De meest overschatte en overbodige op hol geslagen kudde van ons land.

Hoe kan het me dan, met zo'n grote bek, gebeuren dat ik het thuis zo uit de hand heb laten lopen? De leeftijd, slijtende hersencellen of het begin van de totale aftakeling? Ik zou het niet weten. Hoe dan ook, het is bij ons thuis bal, zonder dansen en feestneuzen. Ik woon niet langer in een huis, maar in een vriezer.

Er bestond een afspraak. Wij zouden onze dochter helpen bij de kerstaankleding van haar eerste appartement. Vervolgens zou ons huis aan de beurt zijn. Die afspraak werd schertsend in juni gemaakt. U voelt wel, in juli was ik het al vergeten.

Vorige week werd ik aan de afspraak herinnerd. Mevrouw Lamping hielp inderdaad de dochter, terwijl ik niet verder kwam dan het (scheef) ophangen van een krans aan haar balkon. Niemand vond het erg. Zijn me liever kwijt dan rijk. Gelukkig had ik onze dochter aangeraden een boom te kopen, waar de led-lampjes al aan vast zaten. Een behoorlijke uitgave, maar wel zeker tien jaren gemak. Daarbij dacht ik, als notoire lanterfant, slechts aan mezelf.

Eind van de dag werden alle lampen ontstoken. Zelfs ik moest toegeven, dat het er sfeervol uitzag. Eind goed, al goed. Niet dus. De volgende dag waren wij aan de beurt. Onze dochter zou zich vroeg melden. Ziehier het begin van de ellende. Hoe kan het me overkomen. Met zoveel ervaring!

Ik kijk mijn vrouw aan. Ze kijkt terug. Als je elkaar 47 jaren kent, zijn er weinig geheimen. “Wat is er”, vraagt mevrouw Lamping. Al mijn kennis omtrent een naderende crisis hadden mij moeiteloos langs deze klip moeten leiden. Niet, dus. Om onduidelijke redenen zeg ik: “Waarom al die moeite? Iedereen is de deur uit. Laat zitten al die troep!” Ik flapte het er uit. Hoe stom kun je wezen?

Mevrouw Lamping kijkt me aan en gaat onmíddellijk in de tegenaanval. Als een liters gif spugende cobra kijkt ze me aan en bijt me, zonder adem te halen, toe: “Als je nergens meer zin in hebt, kun je beter in je eentje op de hei gaan wonen!” Hoewel me dat een aantrekkelijk idee lijkt, dacht ik er beter aan te doen te zwijgen. Mevrouw Lamping is echter nog lang niet klaar met haar vonnis.

“Wat wil je nou?”, sneert ze verder, “alles over boord gooien?” Ik zwijg weer. Dan gaat de aanklager lustig verder. “Je viert nooit je verjaardag, Vaderdag vind je achterlijk, met de jaarwisseling blijf je binnen en een duik in de koude Noordzee vind je commerciële Unox onzin voor randdebielen, waarbij je ieder jaar weer flauw zeikt, dat het je een rookworst zal zijn!”

Als onze dochter zich meldt, slikt ze haar boosheid in. Ze gaan aan de slag. Ik moet de lampjes in de tuin doen. Als ik stiekem mijn vrouw aan kijk, schiet ze met haar blik ijspegels op me af. Na een paar uur is alles klaar en wordt het ondertussen donker. Onze dochter roept, enthousiast: “Pap, gooi de lichten in de tuin aan!” Ik geef een hengst op de knop. Alles blijft uit! Onze dochter kijkt verbaasd naar buiten en zegt: “Niets doet 't!” Daar zat mijn vrouw op te wachten. Ze trekt een valse grimas en sneert:

“Nee, klopt meid, niets doet 't meer!”

Uit de krant