Afbeelding

Column: POEPVLEES

Columns 11 keer gelezen

Ik ging met mijn vrouw lunchen. Ik bekijk het menu en blijf steken bij twee boterhammen met goed gevulde kalfskroketten. Zalig. De verse sinaasappelsap maakt de lunch compleet. Eind goed, al goed. Totdat ik las, dat ik wellicht heb zitten kauwen op een of ander geïmporteerd en gemalen Russisch trekpaard uit het West Siberisch Laagland.

RONALD LAMPING

Is dan niets meer te vertrouwen? Je gelooft je oren en ogen niet meer. Rob Geus liet al jaren zien dat je blij mag zijn dat je geen broodje muizenkeutels op je bord krijgt. Muizenkeutels, waar de weinig geïnteresseerde stagiair van wist: “Dat zijn peperkorrels volgens mij!” Het programma gaf een ontluisterend beeld over de hygiëne in keukens, waar u uw bestelling plaatste.

Smerige messen en nog viezere pannen. Uw uitsmijter lag niet zelden te sudderen tussen de micro-organismen als de Salmonella en de door iedereen herkende Listeria Monocytogenes. Wie kent hem niet? Uw bamihapje sputterde vrolijk in frituurvet, dat het laatst ververst leek op het moment, dat quizmaster Theo Eerdmans ons liet weten: “Je neemt er wat van mee!” De quiz, waarbij je 1 gulden van de duizend moest terug betalen om de kansspelbelasting te ontlopen(..).

Wie is er nog te vertrouwen? Zou het niet weten. Toch plots een rilling door mijn lijf. Als erkend en gecertificeerd carnivoor vind ik het niet prettig als ik de kranten open sla en met chocoladeletters lees: ‘Onderzoek naar poepvlees!’

Poepvlees, pardon? Een nieuwe bijnaam voor de goed gelijkende frikadel? Was het maar waar. Uw en mijn warme hap schijnt te worden geteisterd door de E.coli bacterie. Een moeilijke chemische afkorting die, vrij vertaald, betekent dat er stront aan de knikker is.

De keurmeesters verklaren het. Het gaat om de te hoge bandsnelheid. Nou u weer! Ik weet niet wat ze daar precies mee bedoelen. Ik heb nog nooit een varken op wielen gezien, al weet ik wel dat er in sommige onontwikkelde landen nog politie rondrijdt op varkens met zwaailicht.

Dat is het allemaal niet. Het gaat om de lopende band, waarop het varken en Bertha 3 worden getransformeerd van blakend gezond vee tot pepersteak. Dat proces blijkt te snel te gaan, zodat de chirurgen in het abattoir onvoldoende tijd hebben om hun handen en messen te ontsmetten. De mest dient te worden weggesneden, maar dat gebeurt dus niet, zodat de strontbacterie zich frank en vrij verspreid over uw hamlapje (“Wat is dat voor saus, ober?”).

We moeten het niet overdrijven. Ik eet al bijna 64 jaar vlees en ben er naar mijn weten nog nooit ziek van geworden. Waarschijnlijk bezit ik een zelfreinigend vermogen om het goede van het kwade te scheiden. Ik maak me geen zorgen. Daarbij heb ik veel landen bezocht, die echt nog nooit hoorden van de ‘Voedsel -en Warenautoriteit’. Landen, waar ze het type Rob Geus zien als curiositeit en hem zonder gene zouden stoven in een kookpot, die nou niet bepaald kennis had gemaakt met ‘Dreft All-in one’. Landen, waar ze een schuurspons zien als scheerapparaat.

Poepvlees! Ik zou er als verantwoord slager strontziek van worden. Onverantwoord abattoirgeklooi resulteert in argwaan bij de klant. Slechts Marianne Thieme hoort het met vreugde aan, waarna ze zich in euforie stort op het bakken van een vegetarische preitaart met wortelmelange.Poep in ons voedsel. Ik maak me er niet druk om. Generaties zijn er groot mee geworden. Niemand heeft geleden. Van vader op zoon, van moeder op dochter. Wat ik precies bedoel? Dat is toch niet zo moeilijk? Want, wat zei Ome Willem al decennia geleden? Juist!

Wie wil er nog een broodje poep!

Uit de krant