Afbeelding

HYPOCRIET

wo 11 dec 2013, 10:00 Columns 41 keer gelezen

Mandela is overleden. Het kan u niet ontgaan zijn. Zijn necrologie lag al klaar. Televisieprogrammering werd moeiteloos aangepast. Alsof zijn verscheiden verliep langs een vooraf opgesteld draaiboek. Met de dood van Nelson begon meteen de onvermijdelijke ik-zucht.

Ronald Lamping

We lezen wie hem allemaal de hand schudde. Wat hij droeg en wat hij zei. Ongegeneerd schurken de BN-ers zich tegen het fenomeen aan. Zelfs journalisten schieten in de ‘ik modus’. Oh ja, ze zagen hem van ver, maar het was tòch een belevenis. Zo raaskalt ons land verder. Nelson is dood en over de rug van de overledene stralen de zelfbenoemde ego`s.

Ik wil er ook bij horen. ‘I love Nelson’, dat werk. Moet ik wel liegen. Zag hem nooit. Ik kwam niet verder dan Robbeneiland, waar ik eenzaam in zijn cel stond. In de hoek stond een houten drinkbeker met de naam Mandela. Nep voor toeristen, dat zag ik zo. Waarschijnlijk stond op de onderkant, ‘Made in China’. We pauzeerden op de luchtplaats en steengroeve, waar Nelson werkte. Daar blijft het bij. Ik ben dan ook geen BN-er, die verzuipt in narcisme, inclusief snotneus.

Snot! Nu we het daar toch over hebben. Ik ben 64 jaar, maar nog nooit ontving ik zo`n mooi Kerstcadeau. Ik ben helemaal doorgedraaid. Ik kan niet slapen van genot. Ik straal zo kwistig van geluk, dat we `s avonds het licht uit laten. Scheelt weer bij de jaarafrekening van Nuon.

Mijn vrouw is nu plots blij met mij. Tot afgelopen week zat ze met een uitgezakte premature bejaarde, die na een tv-detective slaperig aan haar moest vragen wie eigenlijk de dader was. Ik verdenk mijn vrouw er zelfs van dat ze al op de PC kijkt wat een crematie kost. En of dat ritueel wellicht afgedekt kan worden met Airmiles en rentepunten van de ING.

Ik ben ongekend blij. Wat ik kreeg? De kus van Onno! Weer hijg ik naar adem. Wat een geschenk! Onno Hoes kust op een terras een gozer. Nou en? Niets! Ware het niet, dat Onno de man is van die paling in een emmer met snot, Albert Verlinde. Ik beken. Ik liep de polonaise!

Wat is dàt leuk. Albert, die constant op de loer ligt om ons te verblijden met futiele, vileine roddels. Albert, de man, die ik diep veracht om zijn rioolmentaliteit en misplaatste uitsmijters (‘Bonnie gaat op vakantie van het statiegeld’). Albert, bij wie geen bloed door de aderen stroomt, maar kruipolie. Ik heb het niet vaak, maar dit wanproduct van de schepping maakt hele nare gedachten bij me los.

Albert is uitschot in een pak. Van buiten normaal, van binnen bedorven en pervers. Behept met een amorele ziel en voyeuristische afwijking. Als ik de man zie, moet ik kotsen. En dat nou juist hij geconfronteerd wordt met een partner, die zich in laat met buitenechtelijke avances. Jackpot!

Albert en Onno weten hoe het werkt. Alle verdedigingsmechanismen treden in werking. Onno was een tikkie dronken, het was niet zo bedoeld en het was daarbij een gemeenschappelijke vriend van Onno en Albert. Dus wat zeuren we nou?

Walgelijk! Als ik op een terras ontdekt word door mijn vrouw, terwijl ik een gemeenschappelijke vriendin zit af te lebberen, wordt dat een enkeltje Yakutsk, dat in het oosten van Siberië ligt. Nee, dan Albert. De roddelkoningin weet niets beter te verklaren, dan het letterlijke: "Daar moeten we het weekend wel even over praten!"

Albert gepakt op zijn eigen vulgaire niveau. Wat een kiloknaller! Nelson en Albert in het nieuws. Is er dan niets dat hen verbindt? Zeker wel. Ik gun Albert een zeer langdurige vakantie om bij te komen van deze narigheid. Waarheen?

Naar Robbeneiland!

Uit de krant