Afbeelding

Column: BRATWURST

Columns 42 keer gelezen

Ik woon in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Geen wereldstad, geen metropool. Toch genoeg te beleven. Daarbij ligt het centraal om bezienswaardigheden te bezoeken. Inclusief twee luchthavens, waar we rijkelijk gebruik van maken. Dik tevreden. Dat geldt niet voor mijn vrouw.

Ronald Lamping

Zij wil met het hele gezin naar Venlo. Ik begrijp daar weer eens niets van. Venlo, een lang gekoesterde wensdroom? Niet, dus. Waarom naar Venlo? Wat heb ik er in hemelsnaam te zoeken? Mijn vrouw vindt mijn mening geen item om een vergadering te beleggen. Zij verdient het geld. Venlo is het, Venlo wordt het, Venlo werd het!

Het hele gezin trok richting zuiden. Daar is hotel Van der Valk. Er is geen Van der Valk te vinden is, die we niet (meerdere malen) bezochten. We zijn er gek op. Tot in België toe. Nu dan maar naar Limburg. Goedemorgen, daar zijn we, de bende van Venlo.

Venlo bleek slechts de uitvalbasis van dit gezinsuitje. Het uiteindelijke doel bleek Düsseldorf. Daar is namelijk de bekendste Kerstmarkt. Tenminste, dat zeggen de kenners. (Wat doet u eigenlijk? Ik ben Kerstmarktkenner!) Ben ik lekker mee. Düsseldorf! Wat is er tegen een tuincentrum in of nabij Leidschendam-Voorburg?

Niets en die bezocht mijn vrouw dan ook allemaal met dochter en kleinzoon. Genoeg is genoeg, zou ik zeggen. Daar gaat Düsseldorf toch niets aan toevoegen? Kop dicht, rijden en voor je kijken, want niemand zit te wachten op een klapper ter hoogte van pak `m beet, Helenaveen. Twee auto`s met een gezelschap, waarvan iedereen nog verschillender denkt dan een Noord -versus Zuid-Koreaan.

Mijn vrouw, dochter en schoondochter staan op scherp. Ze schieten in de kijk –en koopmodus. Dan weet ik het. Dit wordt een VV’tje, een Visa Visite. Schuiven langs kraampjes, voelen en hup een kraampje verder. Bij de gedachten alleen al krijg ik een klompvoet. Geen zin in. Mijn zoon heeft zijn eigen taak. Hij moet zorgen, dat zijn zoon binnen handbereik blijft op de eivolle markt, waar het niet bepaald een ‘stille nacht’ is.

Na een paar uur krijg ik er genoeg van. Ondanks de frisse douche `s morgens (zeepjes jatten we standaard mee) stink ik naar vette braadworst. Of ik er net drie achter in mijn strot heb gedouwd. Overal zie ik Duitsers kauwen op hun Currywurst. Hier wordt niet direct gedaan aan een cholesterol dieet. Het is kauwen of gekauwd worden, zoiets eigenlijk.

Ons gezelschap koopt kerstspullen, waarvan ik betwijfel of ze ook niet bij ons te koop zijn. In het kader van dit plezante gezinsschoolreisje lijkt het me echter niet raadzaam om dit op de agenda te zetten. De dames genieten en dan horen de heren te zwijgen. Op mijn voorzichtige vraag, of mijn zoon, kleinzoon en ik niet beter kunnen wachten op het verwarmd terras, geeft mijn vrouw meteen antwoord. Met door sarcasme en venijn aangetaste stembanden, sneert ze korzelig: “Fijn, gezellig!”

We zien er van af. Even kijken mijn zoon en ik elkaar aan. Tijdens zijn pubertijd gezworen vijanden. (“Nee, ik heb geen huiswerk”) Nu blijken we compagnons voor het leven. Ik knipoog, hij knikt. We weten het allebei. De opperrechter van het Lamping tribunaal heeft een oordeel geveld. Wij weten beiden, dat we moeten meestrompelen en dat je makkelijker kunt ontsnappen uit Alcatraz.

`s Avonds zit de bende van Venlo gezamenlijk aan het diner. De stemming is prima. Wel ben ik moe en gaar. Dean valt zowat in zijn stoel in slaap. “Leuk toch wel, hè”, tergt mijn vrouw. Ik open mijn mond en nèt voordat ik de trekker wil overhalen, sart mijn zoon grijnzend: “Vrede op aarde, pap”

Zelfs in Venlo!

Uit de krant