Afbeelding

Column: LAMP

wo 17 sep 2014, 09:00 Columns 20 keer gelezen

Een man uit Spijkenisse heeft een nieuwe schemerlamp. Het blijkt geen Ikeaatje te zijn. Geen Böja, geen Holmö. De Spijkenisser doet dat even anders. Hij bladerde in de catalogi en schudde het hoofd. Allemaal doorsnee lampen. Het was duidelijk, hij zag het licht nog niet.

Ronald Lamping

De man heet Leo Bonten en is 52 jaar. Dan zijn je wilde haren toch wel verdwenen. Bij Leo is dat nog niet geval. Leo wil iets aparts. Hij wil zijn bezoek verrassen met iets spectaculairs. Nogmaals gaat hij wat winkels af. Niets. Tikkie populair kunnen we stellen, dat Leo nou direct tegen de lamp liep.

Gelukkig zorgt Leo zelf voor een oplossing. Hij liet zijn licht over de mogelijkheden schijnen en kwam tot een verbluffende oplossing. Leo zou van zijn been een lamp laten maken. U begrijpt, dat het dus geen hanglamp, maar een stalamp moest worden!

Het is natuurlijk triest, dat Leo een been moest missen. Dat gun je niemand. Helaas kon Leo dit lot niet ontwijken. Ontwijken? In deze context klinkt gepaster, ontlopen. De artsen waren unaniem in hun oordeel. Helaas voor Leo bleek er dus geen andere keuze te zijn. Het been moest er af. Hoe hij ook op zijn poot speelde.

De medici van het Erasmus Ziekenhuis waren het er niet mee eens. Niet ethisch en ongepast. Dat pikte Leo niet. Het was zijn been. Zijn bezit. Hij maakte zelf wel uit, wat er met het geamputeerde been zou gebeuren. Niks afvalbak of destructiebedrijf. Leo wilde er een lamp van laten maken. In ieder geval iets nuttigs. (...)

Juridische experts stelden hem in het gelijk. Het Erasmus Ziekenhuis ging overstag. Als Leo zijn been mee wilde nemen, dan moest dat maar. Het ziekenhuis had geen zin in een tijdrovende en geldverslindende rechtszaak. Achter de rug van Leo om werd er zelfs over gegrapt. Zo grinnikten de verpleegsters tegen elkaar: "Is het een cadeautje of gaat het zo mee?" Dikke lol.

Leo kreeg hulp van patholoog Frank de Groot. Ook kreeg hij een helpende hand van lampenmaker Willem Schäpperkötter. Hij prepareerde een heuse stalamp. Die prijkt nu bij Leo in de huiskamer. Het bezoek gaat er met tegenzin heen. Probeer daar je blik maar eens vanaf te houden. Een lamp gemaakt van een afgezet been. Ik kan me er niets bij voorstellen. Waarschijnlijk zit zijn visite het liefst in het donker.

Waar gaat dit eindigen? Een bloemenvaas van een volgend been? Een kandelaar van een geamputeerde arm, dat de kaars als het Vrijheidsbeeld omhoog houdt? Ik moet er een beetje van rillen. Wordt er ook wel wat lacherig van. Niet netjes van me. Grapjes maken over het leed van derden. Maar ja, je vraagt er wel een beetje om.

Ik vind het allemaal iets te ver gaan. Natuurlijk, het is jouw been, maar dan toch. Ik heb er nooit aan gedacht om mijn verwijderde blindedarm mee te vragen. Had er, in gedroogde vorm, toch mooi een bladwijzer van kunnen maken. Gemiste kans.

Het heeft allemaal iets lugubers, iets naargeestigs. Een kapstok van een door vuurwerk geamputeerde en geprepareerde hand. Daar hang je dan het lusje van je winterjas aan. Ik vind het helemaal niets. Het gaat me te ver. Oké, jouw hand, jouw voet, jouw been, maar zijn er dan geen morele grenzen?

Leo moet het natuurlijk allemaal zelf weten. Ben in ieder geval blij, dat ik geen huisvriend van hem ben. Hoef ik ook niet langs. Een stalamp van je been. Bah! Als bezoeker voel je je dan toch niet lekker. Of je een beetje in de maling wordt genomen. Met wat fantasie en sarcasme zou je kunnen zeggen:

"Dat Leo je beentje heeft gelicht!"

Uit de krant