Logo hetkrantje-online.nl
Op 30 mei 1929 legde de gemeente Veur de broodprijs aan banden, getuige dit document.
Op 30 mei 1929 legde de gemeente Veur de broodprijs aan banden, getuige dit document.
HISTORISCH LEVEN AAN DE VLIET

Vaste broodprijs ingevoerd

  •   keer gelezen   Historie

Leidschendam - In 1829 was Leiden in last. De graanprijs ging telkens maar omhoog hetgeen gevolgen had voor de broodprijs. De bakkers rekenden hun prijzen van graan door in het brood en het brood als dagelijkse voedingsmiddel werd bijna onbetaalbaar. De overheid legde de broodprijs aan banden.

Door: F.J.A.M. van der Helm

Het is voor ons moeilijk voor te stellen. Maar laten we het eens proberen. Laten we eens teruggaan naar 1829, bijna twee eeuwen geleden. Allemaal hardwerkende mensen op het platteland: de ene met een klein stukje land en de andere met een paar koeien of geiten, die melk leverden voor eigen gebruik. Veur was op zich welvarend: het dorp kende goede grond die geschikt was voor akkerbouw en bollen. De bevolking liep nog in klederdracht en was weinig ontwikkeld. De meesten waren naar school geweest, maar verder dan de dorpsgrenzen kwam men bijna niet.

De Veurenaren hadden het in de krant gelezen: de graanprijs liep alsmaar op en het brood werd alsmaar duurder. Het was het gesprek van de dag. Niet alleen in Veur maar in gans Nederland. De boeren deden hun best, maar als er een paar jaar een slechte oogst is dan gaat de marktprijs van graan omhoog. Er bestond een mogelijkheid om in het buitenland graan te kopen. Zo was Polen wel in trek en Engeland.

Arbeiders
Het brood toenmalige was meestal in bolvorm te koop. Naast tarwebrood was er ook roggebrood en diverse andere soorten. Arbeiders, loswerkmannen, knechten en leerlingen, het waren allemaal lieden op het platteland die te eten moesten hebben. Het grootste deel van het loon ging op aan huur, eten en levensonderhoud. De gegoede bevolking kon de dure broodprijs wel betalen, maar de simpele ‘Jan met de pet’ die nota bene het hardst de voeding nodig had, moest er op bezuinigingen.

Oproer
De bakkers in Veur moesten een broodprijs hebben die voldoende was om het graan te kopen en het brood te maken. De marge moest groot genoeg zijn om hun gereedschappen, huur, loon en soms zelfs een paard van te vereffenen. Door de hoge graanprijs was de broodprijs soms aan de hoge kant. De gemeente greep in. Vanuit de landelijke overheid werden maatregelen genomen om de bevolking tegen een redelijke prijs aan brood te laten komen. De overheid was duidelijk bevreesd voor een oproer.
De bestuurders van Veur gingen uit van de prijzen van de Rotterdamse graanhandel. Halverwege 1829 werd voor een tarwebol maximaal 40 ½ cent betaald, het Franse brood was 1 ½ cent duurder. Een kropbrood mocht maximaal 30 cent kosten en een roggebrood 33 cent, maar die was drie pond zwaar. Het roggebrood was het goedkoopst. De maat van drie pond was niet de 1,5 kilo van nu. Een pond woog toen 480 gram, maar de grootte en verdeling verschilde nogal eens per regio.

Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.

Meer berichten