Afbeelding
HISTORISCH LEVEN AAN DE VLIET

Crisis en werkverschaffing

wo 30 sep 2020, 13:00 Historie 123 keer gelezen

Voorburg - Tijdens de crisisjaren waren er diverse projecten om werklozen de kans te geven op werk. Deze gesubsidieerde projecten werkten volgens de werkgevers concurrentievervalsend. Er was veel strijd tussen werkgevers en de gemeente Voorburg over de scherpe regels en de handhaving ervan. Zo ook twee gevallen rondom een schildersknecht.

Door F.J.A.M. van der Helm

Schilder Johannes Gerardus Kamerbeek klom in 1927 in de pen om zijn bezwaren kenbaar te maken aan de gemeente Voorburg omtrent de aanwezigheid van een schildersknecht in zijn bedrijf die niet in Voorburg woonde. Dit was in strijd met de regeling omtrent het verstrekte Gemeentelijke Bouwcrediet. Daarin stond vermeld dat alleen schilders uit Voorburg tewerkgesteld mochten worden.

De schildersjongen, die Kamerbeek betrokken had via de Gemeentelijke Arbeidsbeurs, zou echter nog geen jaar in Voorburg wonen. Een controlerende gemeenteambtenaar informeerde de ondernemer dat zijn schilder daarom ontslagen diende te worden. Kamerbeek vond dat quatsch en protesteerde dat de bepaling eerder een verkapte vorm van werkverschaffing was ten koste van de particuliere bedrijven. In Kamerbeeks visie diende de gemeente zich niet te bemoeien met de relatie tussen werkgever en werknemer.

De gemeente probeerde werkloze arbeiders aan het werk te krijgen met een zak geld voor de werkgevers, maar de werkgever stelde liever aan op grond van de kwaliteit van de arbeider. Duidelijk was dat er destijds voor- en tegenstanders van de subsidiemaatregelen waren. Het waren allemaal noodzakelijke maatregelen om de groeiende werkloosheid in te dammen.

Enkele jaren later was er een gelijksoortig geval met een schildersknecht die ook niet uit Voorburg zou komen. De jongeman was echter al 1½ jaar bij zijn baas in dienst en had een vaste eet- en slaapplaats, Emmastraat 33, waardoor hij zeker als ingezetene van Voorburg beschouwd kon worden. Het ging om een schildersjongen wiens baas werkte voor de ‘Voorburgsche Woningbouw Vereeniging’. De gemeente Voorburg sprak de woningbouwvereniging aan op deze overtreding. De schildersbaas beloofde beterschap en voegde er nog aan toe dat hij in de toekomst - in betere tijden - zeker Voorburgse schilders zou aannemen. Maar de gemeenteambtenaren namen daarmee geen genoegen.

In een scherpe brief kreeg de woningbouwvereniging van de gemeente te horen dat ‘de kwestie niet geheel zuiver is’. Gedoeld werd op het feit dat de schildersjongen nog te Scheveningen woonde toen hij werd aangenomen. De gemeente had vernomen dat hij ‘volgens informatie’ alleen in Voorburg woonde zolang de werkzaamheden duurden. De schildersbaas verklaarde tegenover een toezichthouder van de arbeidsbemiddeling dat bij een eventueel ontslag een duurdere schilder in dienst moest worden genomen met meer ervaring, wat voor de aannemer niet aantrekkelijk en wenselijk was. Besloten werd de situatie maar zo te laten.

Voor meer informatie en reacties: helmhuis@ziggo.nl.

Uit de krant