Logo hetkrantje-online.nl
Veilingschuit op de Vliet ca 1930 (archieffoto).
Veilingschuit op de Vliet ca 1930 (archieffoto).
historisch leven langs de vliet

Opkomst en teloorgang van de Veurse veiling

  •   keer gelezen   Historie

Leidschendam - Begin januari 1960 werd het 50-jarig bestaan van de tuinbouwveiling Veur nog groots gevierd. Maar in de jaren daarna volgde verwarring en uiteindelijk viel het doek voor de veiling. De Nederlandse Spoorwegen, eigenaar van de grond, wilde uitbreiden en had de ruimte hard nodig. Op 1 januari 1968 werden de deuren gesloten. 

Door F.J.A.M. van der Helm

In het welvarende Veur hielden heel wat tuinders zich begin 20e eeuw bezig met de teelt van lelies en schorseneren. Voor de verkoop van hun producten waren ze grotendeels aangewezen op de Haagse markt aan de Prinsegracht. Daarnaast werden via commissionairs verkocht in Amsterdam en Rotterdam. Het vervoer moest per vrachtwagen of boot en dat was een hels karwei. De warmoeziers van Veur, Voorburg e.o. richtten in 1910 daarom een coöperatieve vereniging op om hun producten zelf te veilen.

Van de ZHESM werd grond gehuurd aan de Westvlietweg waarop het veilinggebouw verscheen. In het eerste jaar werd een omzet gehaald van ƒ107.000,-. Er kwamen voor de lelies en schorseneren speciale veilingdagen die druk werden bezocht. In 1915 waren er 72 leden aangesloten bij deze coöperatie die weliswaar klein was in omvang, doch al behoorlijk groeide. De veiling bracht in datzelfde jaar al meer algemene land- en tuinbouwproducten onder de hamer. Van andijvie tot komkommers en van bloemkolen tot bossen peen.

De veiling legde Veur en Stompwijk geen windeieren. Steeds meer geschoolde en ongeschoolde arbeiders konden een boterham verdienen bij het veilingbedrijf. Bij villa Mon Désir te Veur ontving Laurentius Jacobus van Immerzeel talrijke sollicitanten. Het bedrijf liep uitstekend. Van een omzet van anderhalf miljoen gulden in 1945 via zes miljoen in 1956 tot 7,2 miljoen in het slotjaar 1966. Zeker waren er tijden geweest van minder aanvoer, zelfs zo weinig -zoals in oorlogsjaar 1940- dat er op een dag niet werd geveild.

De veiling werd in 1918 omgezet in een coöperatieve vereniging met inmiddels 80 leden. De nieuwe bestuursvorm telde minimaal vijf bestuurders die uit en door de leden van de algemene ledenvergadering werden gekozen. Aansprakelijkheid en winstuitkeringen waren de belangrijkste punten die statutair werden geregeld. Zo kon een lid naast zijn inleggeld voor nog eens 500 gulden aansprakelijk worden gesteld.

Het veilinggebouw was uiterst gunstig gelegen aan de Vliet en daarnaast ook aan de spoorlijn. Dit betekende een ideale plaats om groente en fruit over het water en per spoor te vervoeren, wat de omzet van de veiling zeker ten goede kwam. De spoorwegen hadden het veilingterrein echter nodig waardoor de locatie moest worden verlaten.

In de jaren 60 werd er druk vergaderd over hoe verder te gaan. Uiteindelijk besloten bestuur en buitengewone ledenvergadering om te fuseren met de coöperatieve groente- en fruitveiling Leiden. In 1970 werd het terrein in gebruik genomen door NS nadat het markante veilinggebouw was gesloopt.

Info en reacties via helmhuis@ziggo.nl

Meer berichten