De Koningin Wilhelminalaan te Voorburg, rond 1930 (foto: oude ansichtkaart).
De Koningin Wilhelminalaan te Voorburg, rond 1930 (foto: oude ansichtkaart).
historisch leven langs de vliet

Fosformoord altijd onopgelost gebleven

Historie 385 keer gelezen

Voorburg - Op Oudejaarsavond 1955 overleed in haar woning aan de Koningin Wilhelminalaan 469a de 63-jarige mevrouw Emilie van Kuijk-Amiot. Haar man, de koopman Johannes Jacobus van Kuijk, vertelde de politie dat ze enkele dagen eerder was bezocht door een geheimzinnige vrouw die haar een pil gaf. Onderzoek wees uit dat ze vergiftigd was door een fosforpil.

De periode tussen Kerst en Oudejaarsavond 1955 verliep voor het kinderloze echtpaar Van Kuijk-Amiot uiterst raadselachtig. Twee dagen na de Kerst werd er tussen 10.30 en 11.00 uur aan de deur gebeld door een heuse dame die zich voorstelde als mevrouw Woudenberg uit de Helmerstraat te Amsterdam. Ze beweerde een goede kennis te zijn van de echtgenoot van de zuster van Emilie van Kuijk, die in Amsterdam woonde. De vrouw had gehoord dat Emilie een ongeneeslijke nieraandoening had en aangezien die mevrouw Woudenberg daar ook aan leed en baat had bij een geweldige pil, wilde ze mevrouw Van Kuijk deze ook overhandigen. De vrouw werd binnengelaten en het verhaal gedeeld. De heer des huizes was op dat moment niet thuis en de dames konden het goed met elkaar vinden.

“Ik heb een nierkwaal gehad, maar ik ben ervan genezen”, vertelde de geheimzinnige vrouw aan de nierpatiënte. Daarvoor had ze een rode pil moeten slikken en die kwam de ‘weldoenster’ haar overhandigen. Ze moest hem innemen en vervolgens vijf uur niets eten noch drinken. De Voorburgse geloofde het verhaal en toen ze donderdag 29 december last kreeg van haar ingewanden, besloot ze de pil te nemen. De volgende dag had ze nog pijn en bleef in bed liggen. Zaterdag raakte ze bewusteloos en in de loop van de avond is ze overleden.

De vermaarde patholoog-anotoom dr Jan Zeldenrust (1907-1990) onderzocht het stoffelijk overschot en ontdekte een grote hoeveelheid fosfor in het lichaam. De moord was duidelijk en als eerste werd haar man ondervraagd en gezocht naar mevrouw Woudenberg. In de eerste, noch in de tweede noch in de derde Helmerstraat in Amsterdam bleek er een Woudenberg te wonen. De overleden vrouw had geen signalement van haar doorgegeven, dus stond de recherche voor een raadsel. Het huwelijk was goed; ze waren in 1917 te Amsterdam met elkaar getrouwd. Zij was geboren in Nieuwer-Amstel. Het echtpaar had geen vijanden, ze hadden geen levensverzekering afgesloten en een erfenis viel ook niet te verwachten. De politie tastte volkomen in het duister. Ook zelfmoord door de christelijke Emilie leek uitgesloten. De begrafenis vond plaats op de Haagse begraafplaats Oud Eik en Duinen.

Diverse aanwijzingen werden nageplozen. Een mogelijke verdachte gearresteerd en vervolgens vrijgelaten omdat ze niets met de zaak van doen had. De zaak ging in de la. De politie zat met de handen in het haar en was uitgezocht. De familie bleef met vraagtekens achter rondom deze vreemde, geheimzinnige moord, die nooit is opgelost.

Uit de krant