Delftschekade in Stompwijk met het gemeentehuis, 1930.
Delftschekade in Stompwijk met het gemeentehuis, 1930.
HISTORISCH LEVEN LANGS DE VLIET

Nieuw arrestantenverblijf

Historie 25 keer gelezen

Leidschendam - In 1926 kregen alle gemeenten van de landelijke overheid bericht om te controleren of hun arrestantenverblijf wel aan bepaalde eisen voldeed. Het Stompwijkse boevenverblijf werd gecontroleerd en volledig goed bevonden, maar de gemeente had toch al plannen gemaakt voor een nieuw arrestenlokaal.

Door F.J.A.M. van der Helm

De Rijksoverheid inventariseerde de kwaliteit van arrestantenverblijven. Gevraagd werd naar de grootte, de ligging, de sanitaire voorzieningen, hoe was het met de ventilatie, verwarming, verlichting en reiniging en verder vragen over het luchten van de arrestant en of er een aparte afdeling was voor mannen en vrouwen.

Het antwoord van de Stompwijkse overheid is bewaard gebleven. Zo werd gemeld dat er twee afzonderlijke ruimten waren van ieder 10 m3 groot, voor mannen en vrouwen. Er was geen verwarming en reiniging gebeurde na het afvoeren van de arrestant. Een rooster zorgde voor ventilatie en verder was er een klein raampje voor het daglicht. We krijgen op deze wijze een aardig beeld van het ‘gastenverblijf’ van de lokale boeven. Slapen geschiedde op een houten brits met twee dekens. Voor de menselijke uitwerpselen was er een afgedekt gemetseld driehoekje met ton. Het eten werd gebracht door de veldwachter-bode die boven het verblijf aan de Delftsekade 20 woonde.

Stompwijk besloot op de huidige plaats nieuwbouw te realiseren van zowel een arrestantenlokaal als een onderkomen voor de brandspuit. Voor de aanbesteding werden de lokale aannemers gevraagd hun inschrijving te doen, waarna er maar liefst zes een bod deden. Uiteindelijk werd de nieuwe opstal verwezenlijkt door A.M. Vis voor een bedrag van circa 2800 gulden, waarbij de grootste kostenpost gereserveerd was voor arbeidsloon. De wc-brillen met deksel waren 12 gulden en het afbreken en afvoeren van het oude materiaal kostte 170 gulden. Het geheel werd uitgevoerd onder het wakend oog van de gemeente-opzichter, die de rekening fiatteerde. De elektriciteit had zijn intrede gedaan, dus er kwamen lampen en ook kreeg het verblijf kachels.

De nauwkeurige opzichter vond bij oplevering nog wel enkele mankementen, zoals het ontbreken van handvatten aan de celdeuren. Ook wist hij tien jaar garantie te bedingen op het dak. Ook op het stroomverbruik werd toezicht gehouden. Zouden alle lampen en kachels tegelijkertijd aanstaan dan zou dat neerkomen op een verbruik van 1280 watt per uur. Gelukkig was dat een zeldzaamheid voor alleen een koude winter.
De pas aangeschafte kostbare brandspuit die tot voor kort werd gestald op het terrein van de katholieke jongensschool kreeg zijn eigen stalling onder de neus van de veldwachter, zodat hij er een wakend oog op kon houden. Stompwijk ging mee met de vooruitgang. Nieuwe technische ontwikkelingen gingen deze plattelandsgemeente niet voorbij. Zowel arrestantenverblijf als brandspuithuisje waren een welkome aanvulling op de voorzieningen van de groeiende gemeente.

Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.

Uit de krant

Uit de krant