Muurreliëf ‘Verrezen Christus', van Jan Vaes (1965) op de RK kerk De Verrezen Christus te Voorburg (foto: Marian Kokshoorn).
Muurreliëf ‘Verrezen Christus', van Jan Vaes (1965) op de RK kerk De Verrezen Christus te Voorburg (foto: Marian Kokshoorn).

Opnieuw tot leven komen

Met Pasen vieren we de verrijzenis, ook wel de (weder)opstanding genoemd: het moment dat Jezus Christus opstaat uit de dood. Aan de gevel van deze katholieke kerk in Voorburg is dit mooi verbeeld. Het kunstwerk uit 1965 is een mozaïek van robuust natuursteen met details van beton. Omdat Christus gestileerd, dus niet realistisch is weergegeven, krijgt het werk een tijdloos karakter dat hoop en nieuw leven uitstraalt.

Door Anne Marie Boorsma

Christus staat frontaal afgebeeld met opgeheven, gespreide armen. Dit is zowel een zegenend gebaar als een teken van overwinning op de dood. De boog boven zijn hoofd vormt samen met zijn armen een cirkel, wat doet denken aan een aureool of nimbus: het teken van een heilige. De drie bollen daarboven duiden op de Heilige Drie-eenheid: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Onderaan zien we de aarde, het materiële leven. De twee lijnen die hieruit naar buiten wijken vormen een vredesteken, maar verbeelden ook de opstanding zelf, want je kan ze opvatten als de wanden van een grafkist die door Christus opzij worden geduwd. Ook de techniek symboliseert de verrijzenis, want de brokken natuursteen lijken zich letterlijk los te maken uit de bakstenen kerkmuur. Bovendien zijn de benen zo gestileerd vormgegeven dat ze lijken op de verticale balk van het kruis waaraan hij volgens het Bijbelverhaal stierf.

Aan de linkerzijde zien we een betonnen versiering die de vorm heeft van een ladder, het symbool voor de weg naar het hemelse. Ook valt de letter ‘P’ erin te herkennen. Dat is een verwijzing naar het Christusmonogram. 

De vier bollen daarnaast staan vermoedelijk voor de vier evangelisten: Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Zij verspreiden het nieuws van de verrijzenis. Aan de rechterzijde van het reliëf zien we een vogel. Dit is waarschijnlijk een feniks, het fabelwezen dat uit zijn eigen as herrijst.
Het kunstwerk vormt een mooi geheel met de typische jaren-zestig-architectuur van de kerk: sober en functioneel. Hele woonwijken werden op die wijze gebouwd, vaak voorzien van aantrekkelijke gevelversieringen met geabstraheerde figuren. De maker van dit reliëf is de Bredase beeldhouwer Jan Vaes (1927-1994). Hij studeerde aan de St. Joost Academie in Breda en specialiseerde zich tot de jaren zeventig in kerkelijke kunst. Vooral in het zuiden van ons land kan je werken van hem vinden. In de zomer organiseerde hij samen met zijn vrouw een tijd lang beeldententoonstellingen in de tuin van hun boerderij even buiten Breda.

De kunstenaar heeft zich laten inspireren door beroemde voorgangers. Zo denk ik aan een schilderij uit 1463 van de Italiaanse kunstenaar Piero della Francesca, waarbij je ziet hoe Christus uit zijn graf stapt, met aan zijn voeten slapende soldaten. Landgenoot Titiaan schilderde het tafereel eveneens in 1542. Bij hem zweeft Christus de hemel in, terwijl twee soldaten hem vol ontzag nakijken en een derde gewoon blijft doorslapen. 

Ook bij de Spaanse kunstschilder El Greco (1600) zien we Christus de hemel in zweven. De achterblijvers tuimelen over elkaar heen en maken emotionele gebaren. Dat is wel even wat anders dan onze moderne en sobere verrijzenis, die ons desondanks het Bijbelverhaal tot in de details laat zien.

Voor reacties en info over (online) cursussen kunstgeschiedenis: www.annemarieboorsma.nl.