De quickscan werd door de Bomenbond Rijnland, Vrienden van Vlietland en het Burgerinitiatief Vlietland overhandigd aan gedeputeerde Anne Koning van de provincie Zuid-Holland (foto: pr).
De quickscan werd door de Bomenbond Rijnland, Vrienden van Vlietland en het Burgerinitiatief Vlietland overhandigd aan gedeputeerde Anne Koning van de provincie Zuid-Holland (foto: pr).

'Vlietland tot 280 miljoen euro waard'

In de discussie over het groen en open houden van Vlietland gaat het te vaak over wat dat kost en veel te weinig over wat dat de samenleving oplevert. Daarom lieten de samenwerkende natuurorganisaties de maatschappelijke waarde van natuur- en recreatiegebied Vlietland berekenen.

Uit een door CE Delft uitgevoerde quickscan naar de waarde van de ecosysteemdiensten zou blijken dat de totale maatschappelijke baten van het gebied over een periode van 50 jaar kunnen oplopen tot 280 miljoen euro. De onderzoekers geven aan dat door de geplande transformatie van Vlietland-Noord tot een vakantievillapark een aanzienlijk deel van deze waarde op het spel staat.

De quickscan werd door de Bomenbond Rijnland, Vrienden van Vlietland en het Burgerinitiatief Vlietland overhandigd aan gedeputeerde Anne Koning van de provincie Zuid-Holland. Het onderzoek is uitgevoerd met behulp van onder andere recente Milieuprijzen en GIS-data en brengt voor het eerst de maatschappelijke baten van het gebied in kaart. Naast directe inkomsten uit recreatie - €4 tot €8,25 miljoen per jaar - zou het gebied cruciale ecosysteemdiensten, zoals CO2-opname, natuurlijke koeling en aanzienlijke gezondheidsvoordelen, opleveren voor de regio. Niet al deze baten kunnen in geld worden uitgedrukt. 

Belangrijkste resultaten
Het gebied wordt jaarlijks tot 1,5 miljoen keer bezocht, waarvan een deel door frequente bezoekers. De fysieke en mentale gezondheidsvoordelen vertegenwoordigen een jaarlijkse waarde van tot ruim € 1,7 miljoen aan bespaarde zorgkosten en extra gezonde levensjaren, zo wordt in het onderzoek becijferd. Verder zou de nabijheid van de natuur in Vlietland zorgen voor een extra woningwaarde van € 1,5 miljard voor omwonenden in de regio, wat de gemeenten jaarlijks € 1,5 miljoen aan extra OZB-inkomsten zou opleveren. Ook is Vlietland tijdens hittegolven gemiddeld 1,5 °C koeler dan de omliggende binnensteden van Leiden en Leidschendam-Voorburg. Daarnaast leggen de bossen jaarlijks voor € 60.000 aan CO2 vast. Tot slot is het gebied volgens natuurorganisaties een essentieel leefgebied voor 17 beschermde diersoorten, waaronder de havik, de boommarter, eekhoorn, sperwer en 7 soorten vleermuizen.

Bedreiging door bouwplannen
De grote maatschappelijke waarde van Vlietland wordt bedreigd door de bouwplannen van ontwikkelaar Dutch Lake Residence (DLR), menen de organisaties die opdracht hebben gegeven voor het onderzoek. 'Bij de realisatie van dit vakantiepark worden minstens 8.000 bomen gekapt. Juist in Vlietland-Noord is de concentratie van bomen het hoogst. Hierdoor valt bij bebouwing een groot deel van de CO2-opname en de natuurlijke waterregulering weg. Daarnaast geeft 45% van de huidige bezoekers aan te zullen uitwijken naar andere natuurgebieden als het gebied wordt bebouwd, wat ook de recreatieve waarde van Vlietland ernstig aantast.'

Impact op de regio
Het rapport benadrukt volgens de organisaties dat Vlietland fungeert als een cruciale ecologische verbindingszone langs de Vliet én met de duinen en het Groene Hart. Het doorbreken van deze verbinding zou niet alleen gevolgen hebben voor de biodiversiteit in Vlietland zélf, maar ook de leefbaarheid verminderen voor tienduizenden omwonenden in de gemeenten Voorschoten, Leidschendam-Voorburg en Leiden.

Het onderzoek is uitgevoerd door CE Delft in opdracht van Bomenbond Rijnland, Algemene Vereniging voor Natuurbescherming Den Haag en omstreken, de Vrienden van Vlietland en Burgerinitiatief Vlietland. CE Delft is een onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau dat gespecialiseerd is in het ontwikkelen van innovatieve oplossingen voor milieu- en duurzaamheidsvraagstukken. CE Delft is erkend expert op het terrein van economische waardering van milieu en auteur van het Handboek Milieuprijzen, dat door overheden en bedrijven wordt gebruikt om maatschappelijke kosten en baten in kaart te brengen.