Door Ronald Lamping.
Door Ronald Lamping.

OPSCHEPPEN

Reddingsvest van de Titanic is geveild. Voor bijna €770.00. Meer dan een half miljoen voor een faliekant zinloos attribuut. Tenzij je ermee in bad of onder de douche gaat. Maar toch.

Al ben je miljardair, wat beoog je? Stuk zeildoek opgevuld met kurk. Hang je die thuis op? Loop je er bij een stortbui mee op straat of zit je ermee in de auto, want je weet maar nooit of je in de plomp beland? 

Voelt als vorm van opscheppen. Beetje rijke stinkerd popiejopie dingetje. Vind het onzinnig totdat mijn vrouw vroeg: “Welk onderwerp deze week?” Mijn antwoord: “Die glazen pot, daar”. Zij sneert: “Jij bent geen haar beter dan die reddingsvestmalloot met dat uitventen van onze reizen!” 

Snap haar. Glazen pot met stenen op de vensterbank. Etalage met souvenirs van onze wereldreizen. Mijn vrouw wil haar statement nog versterken en zuigt: “Wat beoog jij dan met die pseudo expositie van steentjes? Toch ook opschepperij?”

Antwoord niet. Weet best, dat het hier een vorm van “kijk ons eens” betreft. Begon ooit bij de tuin van het Witte Huis, waar onze zoon een steentje opraapte en lachend sneerde: “Je zeikt al zolang om dit gebouw te zien, hier voor thuis. Kan je er gezellig naar kijken!”

Het mondde uit in een decennia seniele gewoonte. In de pot komen historie, relevantie en status samen. Overal ging een steentje mee. Van het graf van Elvis in de tuin van Graceland, een losgewrikt steentje van de Chinese muur tot een scherfje Klaagmuur uit Israël en de Mayatempel in Mexico. 

Overal zochten we steentjes voor onze pot. Zelfs een brokje rots, dat we kochten op Alcatraz met -jawel- een heus certificaat. Eveneens een exemplaar uit het zuidelijkste puntje van de bewoonde wereld in Argentinië, Ushuaia. 

Ook de Grand Canyon, Las Vegas, de plaats waar in New York de Twin Towers stonden, piramides van Gizeh, Kaap de Goede Hoop, Rode Plein en de Javaanse Bromo vulkaan droegen een steentje bij. Mevrouw Lamping zucht: “In wezen ben je gewoon een patser!”

Pot vol met als bijzonder exemplaar een steen uit Hiroshima. Recht onder plaats waar de atoombom ooit ontplofte hebben de Japanners een schitterend memory-park aangelegd met ongekend indrukwekkend museum. Daar lagen stenen genoeg. Hebbes, bedankt, Arigato!

Onlangs kwam zijdelings ter sprake wat er met onze spullen moet gebeuren als we zelf geschiedenis worden. Dochter zweeg. Onze zoon had daar echter geen enkele moeite mee. Hij keek rond en wist: “Kringloop!” “Pardon, alles weg?”, vraag ik. “Kijk wel”, is het antwoord, dat verzuipt in desinteresse en nonchalance.

Dan wijs ik op de pot met stenen. “Die wil je zeker wel bewaren? Daar zit de hele wereld in!” Hij kijkt eerst lusteloos naar de pot, dan naar mij en hoont:

“Die stenen bewaren?

 Zijn ze van goud dan?

 Je kan de pot op, pap!”