
Kraaienpubers
AlgemeenRegio - Vanuit onze woonkamer kijken we uit op daken van huizen, waarop sinds juni regelmatig drie jonge zwarte kraaien zitten. Ze zijn volgroeid en kunnen uitstekend vliegen, maar het zijn nog onervaren pubers.
Door Caroline Elfferich
Meestal zitten ze onderuitgezakt op de nok. Soms roepen ze schor naar elkaar of hun ouders. Ze trekken onderzoekend aan uitsteeksels van het dak en observeren alles wat zich afspeelt binnen hun gezichtsveld. De activiteiten van mensen en katten beschouwen ze met belangstelling, alsof ze naar een toneelstuk kijken. Serieus naar voedsel zoeken lijken ze niet nodig te vinden.
Twee van de drie zitten meestal dichtbij elkaar. Dit tweetal verzorgt teder elkanders veren met hun grote sterke snavels. De derde puber doet niet mee met dit kleffe gedoe en houdt enige afstand.
Soms verschijnen de ouders naast het jeugdige drietal. Hun verenpak ziet er strakker uit en glanst meer. Ze staan hoger op hun poten, waardoor hun lichaamshouding er daadkrachtiger uitziet. Waarschijnlijk zijn de pootspieren van de pubers nog niet goed getraind. Er gaat veel meer alertheid uit van de volwassen vogels.
De jongen maken daarentegen een onnozele indruk. Prachtig hoe de silhouetten van de zwarte vogels aftekenen tegen de lucht. Vanaf eind mei verlaten in enkele weken vrijwel alle jonge kraaiachtigen het nest. Dit geldt ook voor kauwen, eksters en gaaien. Kraaiachtigen broeden iets later in het seizoen dan veel kleine zangvogels. Zo kunnen ze hun hongerige jongen voeren met jonge vogels die nog niet (goed) kunnen vliegen. Snavels en poten van kraaiachtigen zijn niet geschikt om vliegensvlugge vogels te vangen.
In de Vogel- en Egelopvang in Delft werden vroeger tientallen jonge kraaiachtigen aangeleverd. Als vijftienjarige ben ik bij de opvang betrokken geraakt door de vondst van een jonge kauw op het balkon van het ouderlijk huis. Mijn moeder besloot de vogel naar de opvang te brengen. Een uitstekend idee, want kraaiachtigen zijn sociale dieren die elkaar nodig hebben om zich normaal te ontwikkelen.
In de opvang werd wel eens een tamme kauw of kraai gebracht. Dat waren meestal vervelende vogels met gestoord gedrag. Tien jaar geleden broedden er nauwelijks zwarte kraaien in de bebouwde kom. Vroeger waren ze veel schuwer, omdat er intensief op ze werd gejaagd. I
n de zeventiende eeuw kon je zelfs een boete krijgen als er een zwarte kraai op je grondgebied broedde. Tegenwoordig vestigen veel vogelsoorten zich in het stedelijk gebied, omdat de intensieve landbouw weinig kansen biedt voor wilde planten en dieren.
















