
Een rupsje Nooitgenoeg
Column 554 keer gelezenLeidschendam-Voorburg - Duurzaam Leidschendam-Voorburg zet zich in voor verduurzaming en vergroening van onze gemeente. Er gebeurt al veel, maar het kan en moet beter. In deze columns doen we suggesties hoe we als inwoners en als gemeente verdere stappen kunnen zetten. Zie hier voor al uw lokale duurzame nieuwtjes.
Door Sander Wennekers
Er was eens een rupsje Nooitgenoeg. Het at zich door appels, peren, pruimen en aardbeien, maar had nooit genoeg. In Den Haag en in Leidschendam-Voorburg kennen we dat verhaal ook. Alleen gaat het hier over ons groen.
Steeds opnieuw moet de natuur wijken voor wat de politiek een hoger belang noemt: een weg, een bedrijventerrein, woningbouw, een sportcomplex, een logistieke functie. Altijd is er wel weer iets dat urgenter heet, economisch zwaarder weegt of bestuurlijk handiger uitkomt. En altijd lijkt het groen nog nét een stukje te kunnen indikken of opschuiven. Dat was vroeger al moeilijk verklaarbaar, hoewel natuur toen nog werd gezien als decor, als restruimte tussen de ‘echte’ functies van de stad. Wie vooruitgang zei, dacht aan wegen, winkelcentra en economische groei. Groen was mooi meegenomen, maar zelden leidend.
Die tijd zou inmiddels voorbij moeten zijn. Want intussen weten we dat natuur onmisbaar is: voor biodiversiteit, waterberging, verkoeling in hete zomers, schonere lucht, rust, beweging en simpelweg de leefbaarheid van dichtbebouwde wijken. Juist in en om de stad is groen geen luxeartikel. Het is een basisvoorziening.
Toch blijft in veel bestuurlijke afwegingen dezelfde oude reflex hardnekkig bestaan. Eerst worden de claims van verkeer, bedrijven en bouw op tafel gelegd. Daarna krijgt de natuur wat er nog over is. Alsof groen geen volwaardige bestemming is, maar een soort reservegrond voor als de grote-mensen-plannen klaar zijn.
Wie het dossier van de Haagse Vlietzoom volgt, ziet dat patroon opnieuw. Het Haagse college heeft, tegen alle moties en adviezen in, besloten om in de Vlietzoom ruimte te reserveren voor een groot onderdeel van het afvalcluster uit de Binckhorst. Daarbij wordt een nieuwe ontsluitingsweg voorzien langs de A4, met grote schade voor juist het meest kwetsbare en natuurrijke deel van het gebied. Een rampzalige hap uit het landschap. En zonder een duidelijke afweging van alle belangen.
De Algemene Vereniging voor Natuurbescherming (AVN) reageerde fel. Terecht. In het participatietraject was juist breed uitgesproken dat een afvalcluster niet in de Vlietzoom thuishoort. Samen met andere natuurorganisaties is bovendien in kaart gebracht hoe rijk en waardevol de natuur in dit gebied is. Maar als een bestuur zulke signalen naast zich neerlegt, wordt participatie een ritueel zonder betekenis.
Het regent intussen protesten. Niet alleen van AVN, maar van vele betrokken organisaties en omwonenden. Woensdag 15 april debatteert de commissie Ruimte van de Haagse gemeenteraad hierover. Dat debat doet ertoe. Want de geschiedenis laat zien dat zelfs onvermijdelijk lijkende plannen nog kunnen sneuvelen als het verzet hevig genoeg is. Soms komt het besef nog net op tijd. Laten we hopen dat Den Haag alsnog op tijd luistert. De Vlietzoom is geen restgebied, maar een onmisbaar natuurgebied voor een levende stad. En wie daar nu weer een hap uit wil nemen, kan rekenen op stevig verzet.
















