
Paul de Römph: “Ik had een fantastische voetbaltijd op Sportpark de Heuvel”
Sport 6.092 keer gelezenLeidschendam - De geboren Leidschendammer Paul de Römph (63) voetbalde op toen nog Sportpark de Heuvel (huidige woonpark Veurse Hout) bij RKAVV en SEV. Op zijn 21e voltooide hij zijn HEAO-studie commerciële economie, waarna hij zijn glansrijke loopbaan in het bedrijfsleven begon. Later werd hij vastgoedondernemer. Aan het voetballen hield hij wijze levenslessen over.
Door Alexander Wagener
Bouwvakker Rinus en hulp in de huishouding Jo woonden begin jaren‘50 op de Broekweg toen Aad geboren werd. Acht jaar later op 19 maart 1960 werd Paul geboren. “Ik ben inderdaad een nakomertje.” Het gezin verhuisde naar de Zaagmolenstraat. “Om ons heen woonden gezinnen met bekende familienamen als Zweekhorst, Vogelaar, Olsthoorn en Scholtes. Ik heb daar een fantastische jeugd en solide basis gehad. Voetballen stond centraal.”
RKAVV (sinds 1921) en RKSV Wit Blauw (in Leidschendam van 1949-1980) waren de enige 2 voetbalclubs. “Leidschendam was nog een overwegend katholieke gemeente. Aad voetbalde bij RKAVV. Wij waren niet gelovig, maar dat was niet echt een probleem. Onze arbeidersbuurt kende veel babyboomers, sociale controle en gezelligheid. In het ‘kinderparadijs’ werd volop buiten gespeeld. Ik voetbalde al vanaf mijn 4e met de grote jongens mee in het plantsoen.”
Witte Paultje
‘Witte Paultje’, zoals hij vanwege zijn spierwitte haar genoemd werd, was enorm fanatiek en kon lekker voetballen. “Dus ik mocht vaak meedoen. Ik was klein, speelde altijd rechtsbuiten, was redelijk snel en kon goed pingelen. Vanwege mijn postuur haalde ik ook ‘verdwaalde’ ballen uit andermans tuinen en slaapkamers. We waren elk weekend bij RKAVV.” Omdat hij pas 6 jaar was, mocht Paul nog geen lid worden. Tijdens een welpen 1 (E1, nu JO08-1) toernooi van Blauw Zwart in Wassenaar kwam daar verandering in. “Ik was met onze Welpen 1 mee om te kijken en terwijl zij speelden speelde ik langs de lijn met een bal en keek af en toe op hoe het ging. Toen ze een speler tekort kwamen werd ik gevraagd om mee te doen. Dat hoefde me niet een 2e keer te worden gevraagd! Ik viel in en scoorde meteen met een schot in de bovenhoek uit een corner. Dat vergeet je nooit!”
Paul kreeg dispensatie om lid te worden en doorliep daarna alle hoogste elftallen in zijn leeftijdscategorie. “In de B1 werden we kampioen. Jan Nap was trainer en is dat vele jeugdelftallen van ons geweest. Jan was een geweldige man, die alles voor ons deed en organiseerde. Tot aan trainingskampen op Papendal in Arnhem toe. Piet van der Geest was al die jaren onze jeugdleider. Zijn zoon Ronald was mijn beste jeugdvriend.” Paul, Ronald en Fred Huisman werden boezemvrienden. “Onze ouders waren altijd aanwezig bij thuis- en uitwedstrijden en zelfs bij trainingen! Nu ik daaraan terugdenk krijg ik er nog tranen in mijn ogen van. Die goeie ouwe gezellige tijd. Van onze ouders is nog een enkeling over. Mijn ouders en mijn broer leven niet meer. Misschien ben ik wel de gelukkigste van het gezin die 100 word. Ik ga ervoor!”
In de jeugdselecties speelde De Römph met onder anderen latere eerste elftalspelers als keeper Rob Hoogstad, Rob van der Tas, Peter van der Voort, Fred Huisman, Gerard van Heiningen, René van Zelst, Nico Roeling, Simon van Brecht, Jos Kouwenhoven en Gerard van der Helm. “Vanaf de C1 werd ik verdediger; rechts- of linksback en later centrumverdediger.”
Hij bewaart een prachtige herinnering aan een trainingskamp op Papendal. “We waren rond de 15 jaar oud. ‘s Avonds dronken we onze eerste biertjes en werden we meteen dronken als konijnen. De andere dag voetbalden we tegen een Duitse club. Met twee vingers in de neus wonnen we met 3-0! Peter van der Voort scoorde van 30 meter. Zijn schot ging er onderkant lat in. Hoppa!”
Studie
Een veelbelovende voetballoopbaan lag in het verschiet, maar het liep anders. “Vanuit de A1 speelde ik op zondag al vaak mee met het tweede seniorenelftal. Ik zou in de selectie gaan spelen. Iedereen dacht dat ik het eerste of zelfs meer zou halen, behalve ik zelf.” Hij besloot te stoppen met voetballen, omdat de toenmalige hoofdtrainer 3x per week ging trainen. Dat besluit werd hem niet in dank afgenomen. “En dat is nog maar een understatement. Ook mijn vader was echt pislink! Maar 3x trainen ging niet samen met mijn studie commerciële economie. Ik kon goed leren en ging tot verbazing van mijn ouders en vrienden al op mijn 17e studeren. Met voetballen kon ik geen financiële toekomst opbouwen besefte ik goed.”
SEV
RKAVV verleende hem in eerste instantie geen overschrijving naar SEV. “Maar op mijn 19e ging ik alsnog bij SEV voetballen.”
Onder de hoofdtrainers Aad Warmerdam, Jan Baak en Pim Westgeest speelde hij in het eerste elftal. “Aadje was een fijne trainer en een hele lieve man. Onder Jan degradeerden we maar werden we ook kampioen. Hij introduceerde krachttraining om ons sterker te maken. Pim was een trainer naar mijn hart. Hij pakte zaken zeer ambitieus en meer professioneel aan. Op naar de top!”
De Römph speelde bij SEV onder anderen met Arno Roeling, Thijs de Back, Piet van Elven, Johan Lindhout, Ruud van Steenis, Piet Visser, Harry Slump, Frank Tetteroo en de keepers Bernhard Willemse en John Vonk. “Toen ik op mijn 21e afgestudeerd was begon ik meteen met werken. Ik maakte al snel carrière en kon dit steeds moeilijker met voetballen combineren. Mijn prestaties werden minder omdat ik er ook minder plezier in kreeg. Al van kinds af aan wil ik het hoogste bereiken. En als dat niet lukt, vind ik het niet meer leuk. Je doet iets goed, of je doet het niet. Altijd op naar de top.”
Penningmeester
De Römph was 25 toen hij stopte met voetballen. “Ik bleef nog een paar jaar penningmeester en werkte fijn samen met de kantinebeheerders Anton en Marian van Eekelen en de veel te jong gestorven secretaris en vriend René de Ruyter. Het overkwam Bernhard Willemse en Jan Baak ook. Jonge vrienden verliezen doet veel met me.”
Met trots kijkt De Römph terug op zijn jeugd. “De familieband, de prachtige vriendschappen, de enorme passie voor voetballen, alle belevenissen, ups en downs, winnen en verliezen en het knokken om iets te bereiken hebben stabiliteit en balans in mijn leven gebracht.”
In hetzelfde jaar dat zijn vader overleed leerde De Römph zijn vrouw Carina kennen. “De liefde van mijn leven nam haar zonen en mijn bonuskinderen Dennis en Mark mee. Samen kregen we Glenn, Ashley en Lindsay. Glenn heeft het Syndroom van Down. Hij is het middelpunt in ons gezin en de rode draad in mijn leven. We zijn een heel hecht gezin.”
Hij volgt het voetballen nog steeds. “Alleen profvoetbal. Ik ben fanatiek supporter van Feyenoord waar we 4 director seats hebben. Maar als Ajax Europees speelt, ben ik ook voor hen hoor!”


















