
BIJTENDE HOND
ActueelBegin 1929 werd de 55-jarige Hendrik van Beek op het landje nabij de grens van Voorburg met Den Haag aangevallen door enkele honden. Met zijn stok wist hij één der belagers weg te slaan doch de andere beet hem tot bloedens toe. Hij hield er een wond aan over ter grootte van een rijksdaalder. De onfortuinlijke Van Beek deed aangifte.
De discussie over het aangelijnd houden van ‘gevaarlijke’ honden is niet nieuw. Ook een kleine honderd jaar geleden was de angst voor blaffende honden bij menigeen reëel aanwezig. Vooral als zij niet te beroerd waren om hun bijtgrage tanden in een menselijk stuk vlees te zetten.
Aanval
Van Beek, woonachtig in zijn nieuwbouwwoning aan de Van Heurnstraat 1a was in zijn eigen vertrouwde omgeving aan de wandel toen hij in de ogen keek van een dreigend kijkende herdershond. De blaffende hond ging tot de aanval over en Van Beek wist zich met zijn wandelstok enigszins te verweren. De hond blies de aftocht, doch een andere hond nam het voor zijn maatje op. Van Beek hield het op een woedende donkerkleurige Dobermann Pinscher, die hem venijnig aanviel en hem in zijn been beet met als gevolg een bloedende wond ter grootte van een rijksdaalder, die pas na een maand hersteld bleek te zijn. Een derde hond die ook bij het stel hoorde liet hem ongedeerd.
Getuige
De 30-jarige Quirinus van der Lubbe (een broer van de later als koningin van Voorburg bekende staande Anna van der Lubbe (1899-1985) uit het Oosteinde 97 was getuige van de hondenaanval op Van Beek. Hij nuanceerde de kleuren van het beest en meende zich deskundig genoeg te achten om te verklaren dat het geen Dobermann was. Ook meldde Van der Lubbe dat de beesten niet losliepen op Voorburgs grondgebied. Dat was belangrijk omdat de eigenaar al eerder trammelant had door zijn hond. In Voorburg kreeg hij van de burgemeester in 1928 een aanlijnplicht tot aan het spoorviaduct met Den Haag. Vanaf daar begon Den Haag en hield de jurisdictie van Voorburg op.
Dader
De eigenaar van de honden was de voorname tandarts Johan van Rijswijk de Jong (1863-1936) wonende aan de Koningin Wilhelminalaan. Een geboren Gorinchemmer, doch vanaf 1925 tot zijn overlijden een Voorburger. De man was van 1896 tot 1906 gehuwd geweest met Arnolda barones van Til en daarna niet meer getrouwd. Zijn honden waren hem uiterst dierbaar en hij besteedde veel aandacht aan hun welzijn.
Schade
Toen de politie bij hem op de stoep stond om opheldering te vragen over klachten rond zijn loslopende honden reageerde hij uiterst laconiek. Hij ging niet in de verdediging noch ontkende hij enige schuld. Hij stelde voor de schade te verrekenen mocht die kunnen worden aangetoond en dat voor hem daarmee de kous af was. Hij wilde nog wel kwijt dat hij geen Dobermann Pinscher bezat. Doch wel twee Franse honden die erop leken.
















