Door Ronald Lamping.
Door Ronald Lamping.
COLUMN

TJOEKE TJOEK

Column

Het is gebeurd hoor. Degradatie van getapte flapuit naar murmelende kwijlende AOW-er. Verval vond plaats. Wat rest me nog? Een permanente luier en rollator. Met zitje om even mijn longen te reanimeren.

Meldde me bij afdeling kaakchirurgie in Bronovo. Geen weg terug. Receptioniste zag een angsthaas voor haar balie staan. Geroutineerd wees ze op een stoel: “Gaat u daar maar even rustig zitten!”

Rustig zitten? Pardon, meissie, pardon? Zometeen worden alle tanden en kiezen van mijn bovengebit getrokken. Na 75 jaren trouwe dienst. Kom als vent Bronovo binnen en vertrek straks als een afgedankt duizend dingendoekje. Zoiets, ongeveer.

De vele injecties zijn behoorlijk vervelend. Zeker die in mijn verhemelte. De jonge sympathieke kaakchirurg N. meldt zich. Sprak hem eerder. Hij opent met: “Hoe was het in Barcelona?” 

Bevestig de geslaagde reis van een paar weken terug. “Nou”, oppert hij vrolijk, “dan ga ik maar beginnen, olé!”

In no time ligt mijn hele bovengebit in een schaaltje. Mijn gebit, die decennia de hele veestapel op peil hield. Aten over de hele wereld. Nergens liet het mij in de steek. Nu ligt het hele zooitje bloedend af te sterven als onomkeerbaar bewijs, dat het laatste traject van mijn leven gestart is.

Naar huis. Voel me oraal miserabel. Verdoofde lippen. Boven hele prothese, beneden kiezen aan haakjes. Thuis wacht mijn vrouw. Zij kijkt me gespannen aan. 

Begrijpelijk. Wat krijgt ze terug? Een slissende karikatuur waar ze ooit in 1970 dolverliefd op werd? Daar staat geen statiegeld meer op, zal ze beseffen.

Eerste dag is drama. Pijnlijk, zit allemaal oncomfortabel en eten is een Shakespeare tragedie in drie bedrijven. Ontbijt, lunch en avondeten. Ben steeds bang, dat mijn bovenprothese eruit lazert. Als ik moet plassen voel ik angst, dat het hele ding in de pot sodemietert. Ga zwetend genderneutraal zitten.

Mijn vrouw toont zich een kanjer. In voor -en tegenspoed klonk ooit haar belofte. Zij houdt zich daar aan. Ze snijdt de korstje van mijn brood, trekt verse kippensoep en koopt een stoot vanillevla. 

Die verwennerij bevalt me eigenlijk wel. Dus leek het me tactisch goochem om soms theatraal “au” te mompelen.

`s Avonds in bed moet ik de eerste 24 uur het hele bouwwerk in mijn smoel houden. `s Ochtends ligt er op mijn kussen een kring met rood kwijl. Opnieuw een bikkelharde illustratie van een aftakelend lijf. 

Er zijn nu een paar dagen voorbij. Mijn vrouw staat nog steeds in de Leger des Heilsstand.

Zelf begin ik een minimale fractie te wennen al is normaal eten nog compleet drama. Mijn vrouw prakt een banaan voor me. En dan blijkt ze plots weer haar Amsterdamse lolbroek te hebben aangetrokken. Z

e gaat naast me zitten, strijkt door mijn haar, schept met een lepeltje wat bananenpuree en zegt op ironisch Olvarit-toontje:

“Tunneltje open, tjoeke, tjoek! Daar komt de trein!”

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant