
WINKELWAGEN
ColumnIn 1977 kochten wij onze eerste auto, een Fiat 127. Nachtmerrie. Na dealer-blabla ‘schokten’ wij nerveus weg uit de Spaarwaterstraat. Bij de Laan van NOI sloeg de motor af.
Door beginnerspaniek bleef de Fiat schijndood. Verzopen motor. In de spiegel zag ik een stadsbus staan. Nóóit vergeet ik de dienstdoende buschauffeur. Die had zijn armen om het stuur geslagen en voorovergebogen zag ik een grimas over zijn hele smoel. Iets van: “En hoe ga jij dit oplossen met die toeterende file achter me, ventje?”
Met die Fiat 127 reden we met twee kinderen vaker naar Spanje en Hongarije. Zonder airco, navigatie en Google Maps. Zwetend in bedompt autootje met de ANWB-kaart als Oude Testament. Onderweg aten we meegezeulde broodjes met gehaktballetjes, gebakken speklapjes en omelet. Cultuur zijn ze vergeten, maar dat vreten herinneren onze kinderen zich exact: “Was leuk, hè?”
Oktober 2025. Zijn ongeveer aan onze laatste auto toe. Geen stoere praat, maar auto`s zeggen me nauwelijks iets. Wil er geen cent aan besteden. Maakten van die poen liever jarenlang talloze onvergetelijke wereldreizen. Ben echter prototype schijnheil. Wil geen boodschappen sjouwen, niet door regen ploeteren en zéker niet met het OV. Dus…!
We melden ons bij de dealer. Voor de nieuwste Kia Picanto GT-Line. Opgeschroefd label voor een door de Koreanen opgepimpt ‘O.L.A-tje’. Ouwe lullo auto. Auto afhalen. Bloedhekel aan. Geef die auto mee en doei. Maar zo werkt dat niet. Ook niet In Nootdorp.
Mevrouw Lamping kent al tientallen jaren mijn auto-afhaal-aversie en waarschuwt, dat ik voorál niet leuk moet doen. Flapt er soms gewoon uit. Verkeerd gen-handicap. Denken, dat je de leukste bent, zoiets. Medewerker blijkt een sympathieke vent, die echt zijn best doet: “Koffie?”
Autoverkopers bezitten mensenkennis. Hij voelt meteen, dat het met mij niets wordt. Tegenover hem geen hyperventilerende hunkerende autoliefhebber, maar een moetje. Na de formaliteiten (“U weet hoe het werkt?” “Ja, hoor!”) richting auto. Zit een zwart doek omheen. Gelukkig niet zo`n kinderachtige grote strik. Of ik hem wil onthullen? Bijna 76 jaar, zucht!
Haal samen met mijn vrouw plichtmatig dat doek er af. Medewerker: “Zal ik een foto maken?” “Nee, hoor, dank!” Plots speelt dat gen weer op. Terwijl ik moet glimmen van trots, zeg ik: “Mooi winkelwagentje, tóch? Waar moet het muntje precies in?” Niemand lacht en de ogen van mijn vrouw vernauwen zich tot moord in de privésfeer.
We rijden geroutineerd weg. Koreanen stouwden deze Kia boordevol met ‘weet ik veel allemaal’. Lichtjes, allerlei piepjes, bots waarschuwingen, startknop en complex sleutelgebruik. Zie plots staan: ‘Beide handen aan het stuur’ en ‘auto voor u rijdt weg’.
Maar goed, we kunnen weer vooruit. Mij best. Mijn vrouw niet! Zie aan haar gezicht, dat mijn houding bij de dealer haar ábsoluut niet zinde. “Vind je `m mooi?”, slijm ik. Ze kijkt me aan en snauwt:
“Ja, zeker voor een winkelwagentje, zak!”
















