Collectebrief voor de pastoor 1731.
Collectebrief voor de pastoor 1731.
HISTORISCH LEVEN LANGS DE VLIET

Inzameling voor protestantse vluchtelingen

Historie 764 keer gelezen

Stompwijk - In 1731 rommelde het dusdanig in Noord-Italié dat vervolgde protestanten op de vlucht gingen. In Holland werden deze geloofsvluchtelingen gastvrij onthaald. Niet zozeer omdat de vaderlandse bevolking zo openstond voor deze nieuwkomers, maar omdat de regering het oplegde. 

Door F.J.A.M. van der Helm

De Hollandse regering deed zijn best om voor protestantse vluchtelingen de deur wagenwijd open te zetten. Terwijl in Holland Katholieke kerken waren verboden en werden onderdrukt, werden protestantse vluchtelingen met open armen onthaald. Hoe hypocriet kan de regering zijn en hoe verkeerd was het beeld over de Hollandse tolerantie, dat als een soort vredelievend handelsmerk in ons volkskarakter zou zitten. 

Het ging bij de geloofsvluchtelingen om de protestantse beweging der Waldenzen, die zich in het Italiaanse Piëmont bevond. Vandaar dat ze ook wel met de naam Piëmontezen worden aangeduid. De beweging is met haar 50.000 leden nog immer het grootste protestantse genootschap van Italië. Tijdens diverse vervolgingen zochten de gelovigen geregeld een veilig heenkomen in Zwitserland. In de 18e eeuw ontdekten ze Holland waar ze vorstelijk werden onthaald.

De Staten van Holland schreef in 1731 een nationale collecte voor die uiteindelijk de lieve som van ruim 308.000 opbracht. Ook de inwoners van Stompwijk werden gedwongen om hun steentje bij te dragen. Het was een verplichte inzamelingsactie waarbij op maandag 10 september 1731 van deur tot deur werd gecollecteerd. De zondag ervoor had de dominee zijn discipelen gemaand vooral ‘een milde gift’ te geven aan hun nieuwe medegelovigen. 

We hebben hier te maken met een heuse nationale inzamelingsactie in het pre-televisietijdperk! Voor Stompwijk en Tedingerbroek zorgden de schout en ambachtsbewaarder voor wereldlijke begeleiding van het evenement. Daarbij werd ook de ondergedoken pastoor van de schuilkerk verzocht om medewerking te verlenen.

Ofschoon de meeste vluchtelingen in de grote steden bleven (bijvoorbeeld Gouda) werd het platteland volop gevraagd mee te betalen. De Stompwijkers droegen gedwee hun steentje bij. Van de komst van een Waldense vluchteling naar Stompwijk is niets bekend. De organisatie pakte de actie groots aan. Besloten werd met vier ploegen langs de deur te gaan. De eerste ploeg via de Ommedijk, het Zoetermeerse meer naar het sluisje bij Pieter Jansz de Vriendt. 

De tweede ploeg begon aan de Veenweg en ging via het Wilsveen en de Stompwijkseweg naar de Leidschendam. De derde ploeg nam het Stompwijkse deel van de Leidschendam voor zijn rekening, inclusief Tedingerbroek. En de vierde groep zat hoofdzakelijk aan de Veenweg van wat nu Nootdorp is. 

De eerste groep haalde ruim 103 gulden op, gevolgd door groep 4 met 90 gulden. Groep twee was het minst vrijgevig en kwam met 32 gulden terug. De totale som bedroeg 317 gulden, waaronder tien rijken die een 3 guldenmunt hadden gegeven. Besloten werd per vluchteling 100 gulden te geven aan de kerkenraad.

Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant