
Sluisplein 18
Historie 139 keer gelezenLeidschendam - Eind 1955, begin 1956 werden de panden Sluisplein 17 tot en met 20 gesloopt. Zij moesten plaatsmaken voor de nieuwe weg die werd aangelegd: de Damhouderstraat. Dit vanwege de toenemende drukte op de weg en vooral rond de sluis. Joop Lelieveld woonde destijds als jong ventje op nummer 18. Leuk om samen terug te kijken naar die tijd.
Door: F.J.A.M. van der Helm
Joop Lelieveld (1943) is een gezellige praatgrage man, die enthousiast verhaalt over het verleden. In het voorjaar van 1953 kwamen zijn ouders en hun drie jongens: Peter, Joop en Herman aan het Sluisplein te wonen op nummer 18: een heerlijke benedenhuis pal langs de druk bevareb Vliet (op de foto waar de was buiten hangt).
Ze kwamen uit de Venestraat waar Joop op nummer 70 is geboren. Zijn geboortehuis was gelegen naast de garage van Van Marrewijk en bezat een grote kelder die hij onlangs nog eens met eigen ogen kon aanschouwen.
Tegels
De nieuwe behuizing aan de Sluis was oud. Naar verluid ging de ouderdom van het pand terug tot 1680. Achter de deur was een lange gang van 18 meter die helemaal tot achteren doorliep. Aan de straatzijde de woonkamer, daarachter de enige slaapkamer voor ouders en de drie kinderen en daarachter weer de keuken. Waar - naar later zou blijken - eens heel oude Delfsblauwe tegels op de muur hebben gezeten.
Je moest het er in die tijd van woningkrapte (ja, ook toen al!) maar mee doen. Het gezin zou er ruim tweeënhalf jaar blijven wonen totdat het in september 55 verhuisde naar de Prins Hendriklaan.
Winkels
Een levendige straat met veel winkels. Vanaf de hoek met de Venestraat vinden we er in die tijd achtereenvolgens levensmiddelenzaak van Blonk, daarnaast een sigarenzaak annex papierwinkel en nog veel meer, slager Scholten zat er toen, bakker Remmerswaal en ook een cacao- en chocoladebedrijf in het huis dat naast hun woonhuis grensde.
Dat was een bijzonder bedrijf dat dusdanige geur door de schoorsteen verspreidde waarin weinig van chocolade te herkennen was. Inmiddels bevindt zich daar het vertrouwde cafetaria in het laatste huis voor de nieuwe Damhouderstraat.
Op de eerste etage, die apart genummerd was met 17, woonde mevrouw Vis met haar dochter Emmy. En het laatste pand met de nummers 19 en 20, eindigde op een kerkpad dat weer aansloot op de kerk met de bijnaam Peperbus.
De straten werden drukker maar voor Joop was er ideaal viswater voor de deur. Zijn vader vond dat het gevaarlijke water de kinderen wel dwong om zwemmen te leren. Dat ging vrij simpel. Een touw om de armen en één voor één liet vader de kinderen bij de Delftsekade in het water springen. Een ervaring om nooit meer te vergeten.
Regelmatig gingen ze naar de andere kant van Stompwijk waar opa en oma woonden nabij de Hoogebrug tegen Zoeterwoude aan.
Stompwijk was in die tijd een omvangrijke gemeente. Dat wordt nogal eens vergeten.
Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.
















