
Roerige tijden: ‘Annexatie’ van deel Leidschendam nu 25 jaar geleden
Historie 4.364 keer gelezenLeidschendam-Voorburg - De stad Den Haag, ingeklemd tussen de Noordzee en de regiogemeenten, wilde graag uitbreiden. Wat lag er meer voor de hand dan het oog laten vallen op het grondgebied van de randgemeenten? Loosduinen was al in 1923 ingelijfd en Scheveningen werd als stadsdeel aan Den Haag toegewezen. Door delen van de buurgemeenten toe te voegen aan Den Haag zou het inwoneraantal aanzienlijk toenemen, wat tevens een gunstig effect zou hebben op de financiële positie van het al jarenlang armlastige Den Haag.
Door Kees Verbeek
Het toenmalige kabinet Paars 2 kreeg te maken met een motie ingediend op 22 mei 1997 door de heer Johan Remkes c.s. (VVD) die luidde: ‘De Kamer, gehoord de beraadslagingen van mening, dat de stad Den Haag, indien de financiële gevolgen daarvan per saldo positief zijn, versterkt moet worden met de bouwlocaties Ypenburg, Leidschenveen en het nog resterende deel van Wateringseveld en een corridor, om Den Haag een zelfstandige regiefunctie te geven over dit gebied’.
Onder de titel Gemeentelijke Herindeling Den Haag en Omstreken verscheen in mei 1998 de eerste versie van een herindelingsplan. VVD gedeputeerde Henk van der Goot, had de allerminst benijdenswaardige taak om deze plannen te verdedigen. Deze zgn. ‘grenscorrectie’ omvatte het aan Haags grondgebied toevoegen van de Vinexwijken Ypenburg en Leidschenveen en een corridor op Rijswijks en Voorburgs grondgebied om Den Haag in staat te stellen op eigen terrein de Vinexwijken te bereiken. Dit voorstel vond geen genade in de ogen van de regiogemeenten en werd aanleiding tot felle protesten. In september 1998 kwam het provinciebestuur met een bescheidener plan, waarbij de authentieke wijken Leeuwendaal in Rijswijk, Voorburg-West en de Zeeheldenbuurt van Leidschendam zouden worden ontzien. De omstreden corridor werd weliswaar kleiner maar bleef intact. De Vinexwijken maakten nog altijd deel uit van dit aangepaste herindelingsplan.
![]()
Protestdemonstratie tegen de gemeentelijke herindeling (archieffoto).
Protestacties en massaal verzet
Zowel burgers als bestuurders van de randgemeenten lieten van zich horen. Raamposters, actiestickers, buttons en rode petjes werden uitgedeeld. Op initiatief van wijkverenigingen uit de bedreigde gemeenten Leidschendam, Nootdorp, Pijnacker, Rijswijk en Voorburg, werden anti-annexatiecomités opgericht. Deze moesten de bewoners ondersteunen in hun verweer tegen deze vorm van ‘landjepik’ en het burgerverzet organiseren. Hoogtepunt van het lokaal verzet vond plaats op 25 juni 1998 tijdens een door de provincie georganiseerde informatieavond in sporthal Forum Kwadraat te Voorburg. De samenwerkende anti-annexatiecomités hadden de bewoners opgeroepen om massaal deze informatieavond bij te wonen.
![]()
Vanaf een verzamelpunt bij station Voorburg trok men in een demonstratieve optocht naar de sporthal. Op zo’n grote opkomst had de provincie echter niet gerekend en kon slechts een derde van de 4.500 protesterende bewoners worden ondergebracht. Het merendeel volgde via TV schermen de bijeenkomst op het voorterrein van de sporthal. De toenmalige commissaris van de koningin, mevrouw Joan Leemhuis-Stout (VVD) leidde de avond en gedeputeerde Van der Goot gaf op de meeste vragen ontwijkende antwoorden. Al met al een verloren avond. Op 3 juli 1998 vond een tweede informatieavond plaats voor ca. 1.500 burgers die net zo teleurstellend verliep als de eerste. De arrogante en afstandelijke houding van de provinciebestuurders droeg in hoge mate bij aan het mislukken van beide avonden en schoten hun doel voorbij.
![]()
Joan Leemhuis-Stout.
Provinciale Staten aan zet
Het herindelingsplan (versie september 1998) werd geagendeerd voor de vergadering van de Staten van 6 november 1998. De Haagse burgemeester Wim Deetman (CDA) was er heilig van overtuigd, dat de Provinciale Staten zouden instemmen met dit aangepaste voorstel, dat Den Haag meer ruimte (en vooral meer geld) moest opleveren. Den Haag had op voorhand al 15 miljoen gulden aan te verwachten inkomsten uit de ‘wingewesten’ in de begroting voor 1999 opgenomen. Op 18 november 1998 zouden de Staten definitief beslissen. De provincie werd overstelpt met duizenden protestbrieven uit de buurgemeenten en moest ca. 23.000 brieven beantwoorden. Op 15 oktober 1998 vond een volksraadpleging plaats onder de inwoners van de regiogemeenten met een opkomstpercentage van 74,2%, waarbij een grote meerderheid zich uitsprak tegen de grenswijziging. Het provinciebestuur hield voet bij stuk, maar bleek niet in staat om het herindelingsproces af te ronden en gooide vervolgens vertwijfeld de handdoek in de ring.
Rol landelijke politiek
Minister Bram Peper van Binnenlandse Zaken (PvdA) moest zich nu noodgedwongen met dit ‘hoofdpijndossier’ gaan bemoeien. Het provinciale ‘plak- en knipwerk’ en onlogisch geprojecteerde nieuwe gemeentegrenzen, vroegen om een andere aanpak. Deze strandde echter voortijdig omdat Peper’s financiële handel en wandel veel (kamer)vragen opriep en de ‘schoenendoosadministratie’ geen bevredigende antwoorden verschafte. Minister Peper moest aftreden en werd opgevolgd door Klaas de Vries (PvdA). Die wist op handige wijze de Tweede Kamer te overtuigen zodat deze akkoord ging met de beoogde grenscorrectie. Volgens minister De Vries was deze herindeling ‘logisch en bescheiden’, maar dat waren weinigen met hem eens.
Maandenlang probeerden oppositiepartijen w.o. het CDA onder aanvoering van Maria van der Hoeven, anti-annexatie-comités, bewoners en gemeentebestuurders om de Tweede Kamerleden van de coalitie op andere gedachten te brengen, maar tevergeefs. De hoop was nu gevestigd op de Eerste Kamer. Opnieuw verdedigde minister De Vries het herindelingsplan. Uiteindelijk ging ook de senaat akkoord, maar pas nadat een viertal VVD dissidenten tot de orde was geroepen omdat zij dreigden tegen het wetsvoorstel te stemmen.
Niet veel later betraden de heer Bas Eenhoorn, de toenmalige landelijk voorzitter van de VVD (oud-burgemeester van Voorburg) samen met mevrouw Annemarie Jorritsma, (VVD vice-premier) de fractiekamer van de VVD om met veel bestuurlijke druk te proberen deze vier ‘dwarsliggers’ in het gareel te krijgen. Uit betrouwbare bron kon worden vernomen, dat deze ‘politieke ongehoorzaamheid’ er weleens toe zou kunnen leiden, dat deze rebellerende kamerleden bij de volgende verkiezingen op een onverkiesbare plaats terecht zouden kunnen komen. In ieder geval was hun politieke ommezwaai om alsnog voor te stemmen, opmerkelijk te noemen.
Dankzij de vier ‘gedraaide’ VVD-senatoren stemde ook de Eerste Kamer in met deze ‘grenscorrectie’ en was de Gemeentelijke Herindeling Den Haag en Omstreken een feit. Dat moesten de inwoners van de randgemeenten en hun bestuurders, na vier jaar protesteren, knarsetandend aanvaarden. De besluitvorming, in zowel de Tweede- als de Eerste Kamer was weliswaar formeel op democratische wijze tot stand gekomen, maar de manier waarop deed vermoeden dat partijpolitieke belangen en de onder druk afgedwongen fractiediscipline hierbij een (te) grote rol hebben gespeeld.
![]()
Volop protest tegen de voorgenomen herindeling.
(Na)beschouwing
De gemeente Den Haag had al in de vorige eeuw meerdere pogingen ondernomen om zijn expansiedrift door middel van annexatie zich grondgebied toe te eigenen. Al deze pogingen mislukten behalve die van 1907, waarbij de Binckhorstpolder overging van Voorburg naar Den Haag.
Terugkijkend roept het de vraag op of deze gemeentelijke herindeling de Haagse regio heeft geholpen en of het allemaal wel zoveel moeite en (gemeenschaps)geld waard is geweest?. Nootdorp en Pijnacker fuseerden per 1 januari 2002 en dat deden ook Voorburg en Leidschendam. Den Haag bleef ingeklemd maar kreeg als doekje voor het bloeden de Vinexwijken Leidschenveen en Ypenburg. Is de feitelijke situatie na 25 jaar echt wezenlijk veranderd?
Feit is dat één van de hoofdrolspelers van toen, Johan Remkes, een paar jaar later van mening was dat dergelijke grootschalige gemeentelijke herindelingen van bovenaf opgelegd, niet meer van deze tijd zijn en altijd brede steun van de bevolking vereisen. Was zijn motie van 1997 een politieke vergissing die veel onnodige commotie en polarisatie in de regio teweeg bracht, de verhoudingen op scherp zette en waarvan niemand echt beter geworden is?
Het is een geruststellende gedachte dat niemand over 100 jaar meer weet hoe het zover heeft kunnen komen. Daarom na 25 jaar deze terugblik om het geheugen op te frissen.
(Kees Verbeek was destijds voorzitter Stichting Voorburg tegen Annexatie).





















