De Drie Molens in het buitengebied tussen Leidschendam en Stompwijk in 1960.
De Drie Molens in het buitengebied tussen Leidschendam en Stompwijk in 1960.
HISTORISCH LEVEN LANGS DE VLIET

BLOEDERIGE BOERENRUZIE

Historie 1.405 keer gelezen

Stompwijk - Het leven op het platteland verliep ook niet altijd in pais en vree. De boerderijen werden niet alleen bewoond door de familie maar daarnaast ook meiden en knechten. Het gebeurde wel eens dat er onderling trammelant was. Of erger: een fikse ruzie tot bloedens toe!

Door F.J.A.M. van der Helm

Laten we eens kijken naar Stompwijk rond 1880. Het platteland zat dichtgeplakt en de bewoners waren op elkaar aangewezen. Een wereld van ons kent ons. Degene die goed lag in de gemeenschap zat prima, maar degene die er buiten viel had geen leven. Ook dat waren de harde regels van het platteland. De boeren van Stompwijk hielden voornamelijk koeien en schapen. Dat betekende een arbeidsintensief bestaan rondom de boerderij waar schapen moesten worden geschoren, koeien werden gemolken, stallen werden schoongemaakt en nog veel meer zaken die kwamen kijken bij het dagelijkse leven op de boerderij. Vanzelfsprekend stond de boer er niet alleen voor. In plaats van de huidige machines, gebeurde vroeger alles nog met menskracht.

Een boerderij werd dan ook bewoond door knechten, die er soms van jongs af aan introkken en deel uitmaakten van de familie. Ook kwamen er seizoenkrachten om te helpen, maar die gingen na gedane arbeid weer weg. Daarnaast werd de huishouding gedaan door de boerin en die werd bijgestaan door één of meerdere meiden, afhankelijk van de grootte en welstand van de boerderij.

Bouwman Leonardus van der Laan (1838-1899) was zo’n boer met ‘personeel’, die woonachtig was in Stompwijk. In 1874 was hij op 36-jarige leeftijd getrouwd met de 25-jarige Jannetje van Veen uit het naburige Veur. Leen was een boomlange kerel en stond zijn mannetje. Hij was in militaire dienst geweest en had na het overlijden van zijn ouders de boerderij overgenomen. Dat gebeurde al op jonge leeftijd; vader Jacobus van der Laan stierf in 1844 op 36-jarige leeftijd en diens vrouw Maria Prins bleef toen de boerderij bestieren terwijl haar zoon Leen daarin meegroeide. Altijd gewend aan knechten om zich heen.

Met de stevige knecht Dirk Hogervorst verliep de samenwerking niet altijd even vlekkeloos. De jongen was 27 toen in 1884 van een handtastelijk voorval melding werd gemaakt. De bink liep meestal in laarzen en was bij wijlen nors en onverschillig. Op een winterse zondagmiddag in 1884 was hij zonder toestemming van zijn baas aan de haal gegaan, waarop Leen hem ter verantwoording riep. In plaats van een nederig excuus met een verklaring van zijn afwezigheid, ontstak die bokkige knul in toorn en riep: ‘Als je je bek niet houdt, zal ik je voor je verdommenis slaan, zo lang als je bent’. Daarbij bleef het niet. De knecht trok zijn laarzen uit en sloeg Leen ermee voor zijn kop. Gevolg was een bloedende wond aan zijn kin. Iedereen stond erbij en keek ernaar, maar greep niet in. De knecht was Leen de baas.

Leen deed aangifte van het handgemeen in eigen woning en de knul kreeg de zak. De knecht toonde veel berouw dat hij zijn meester met zijn laarzen had geslagen.

Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant