
Het oude Rozenrust
HistorieLeidschendam - Christiaan Roos gaf zijn naam aan het landgoed Rozenrust, zoals deze nog voortleeft in het gelijkluidende restaurant in Veur. Hij is degene geweest die van de herenboerderij een landhuis wist te maken. Een stukje geschiedenis.
Door F.J.A.M. van der Helm
De gefortuneerde Hagenaar Christiaan Roos, die kassier was van de Bank van Lening te ’s-Gravenhage deed op 6 oktober 1791 met het echtpaar Paulus en Aagje Droog-De Groot flinke zaken. Het Veurse echtpaar verkocht op die dag hun boerenwoning compleet met stal, schuur, hooimijten, boomgaard en zes morgen hooiland aan de Hagenaar. Maar dat was niet alles. Ze verkochten ook nog eens meer dan drie morgen hooiland hier en daar gelegen in de Fluitpolder en dat alles voor het minimale bedrag van 1.400.gulden!
Enkele maanden eerder, op 15 juli troffen ze de Haagse kassier ook al voor zaken. Het ging toen om een lening van 2.000 gulden die het echtpaar kennelijk nodig had. Ze klopte aan bij de Bank van Lening en ze kregen het geld waarbij hun boerderij en landerijen als borg golden. Dat alles tegen een jaarlijkse rente van 4%.
Christiaan Roos heeft weinig plezier gehad van zijn aanwinst daar hij enkele jaren later al overleed. In die tussentijd wist hij wel de boerderij te verbouwen of te vervangen tot een waar landhuis, zodat zijn erfgenamen konden spreken van een stevige nieuw getimmerde boerenwoning die als herenoptrek gebruikt kon worden. Bij de verkoop op 1794 kreeg het landhuis ook zijn naam Rozenrust en werd de nieuwe eigenaar voor 8.800 gulden legerkapitein Carel Lodewijk du Quene.
De winst voor de erfgenamen van de rijke kassier was aanzienlijk, ofschoon de pandjesbaas ook nog enkele morgen had bijgekocht. Het landhuis bestond naast de woning ook uit een koe- en paardenstal, zomerhuis, schuur en een fraaie koepel aan de Vliet.
De geschiedenis van de boerenwoning met ruim zes morgen grond gaat een eind terug in de tijd. De eerdergenoemde familie Droog-De Groot had het landgoed slecht een paar maanden in bezit alvorens ze het doorverkochten aan Christiaan Roos. Zij hadden 2.600 gulden betaald en hadden vast gedacht een goede investering te hebben gedaan, doch al gauw bleek dat ze financieel niet uitkwamen.
Van 1765 tot 1791 was Huijbert Hendriksz Ruijgrok en zijn nazaten de eigenaar van de boerderij die hij voor bijna 2.000 had gekocht van de familie Goeman. Deze Veurse familie zou in 1760 eigenaar worden wanneer vader Cornelis Cornelisz Goeman de boerderij aankoopt voor 1.500 gulden. Hij had kinderen uit twee huwelijken en bij zijn vroegtijdige overlijden liet hij nog zes minderjarige kinderen achter, waarna de erfgenamen tot verkoop overgingen.
Arie Hendriksz van Leeuwen was de grote boer uit de 17e eeuw die de boerderij met heel wat land bezat. Van Wilsveen tot Stompwijk. Overal verpachtte hij land. In 1699 werd zoon Hendrik de eigenaar tot 1738 toen het geheel overging op Engel de Bruijn.
Info en reacties via helmhuis@ziggo.nl.
















