
Schelden in De Zwaan
HistorieLeidschendam - Het zo aantrekkelijk gelegen etablissement ‘De Zwaan’ aan de Stompwijkse Delftsekade stond in 1895 in het nieuws door een flinke scheldpartij, waarbij een jongeheer van stand zich beledigd voelde. Het was het gesprek van de dag.
Door F.J.A.M. van der Helm
Het liep die avond van de 17e april 1895 tegen half tien ’s avonds toen een gewelddadige scheldkanonnade de eerzame rust in het café verstoorde. Opeens vlogen krachttermen door de gezellige koffiekamer van het café, waarbij de bezoekers geschokt opkeken. Het was duidelijk een woensdagavond om niet meer te vergeten. “Plebejer! Sappetouwer! Ploert! Je bent me te gemeen en je bent dronken”, galmde het plotseling uit de keel van de 32-jarige schilder Karel Boom, die woedend uit zijn ogen keek en die duidelijk op ontploffen stond.
Kunstenaars
De man tegen wie Boom zo te keer ging was de in keurig pak gestoken 26-jarige Johann Marie Wilhelm Rösener Manz, die aan de naam valt af te leiden niet direct uit onze omgeving kwam. Maar dat gold eveneens voor Karel Boom. Ook hij was van elders afkomstig, doch beiden waren wel woonachtig in Stompwijk. Na enig volhardend speurwerk komen we Boom tegen aan de dam waar hij als kunstschilder werkzaam was in zijn eigen atelier. Van deze Boom weten we verder dat hij te Amsterdam was getrouwd in 1891 met de vier jaar jongere Charlotte Pothuis, die in Londen was geboren als dochter van het joodse echtpaar Joseph Elias Pothuis en Esther Brandon.
Kwam dit stel genieten van de weidse omgeving en om inspiratie op te doen voor het schilderwerk? Vaststaat dat ook Charlotte Pothuis kunstenares was of beter etser en dat ze enige faam genoot. Ze had haar opleiding gekregen van 1886 tot 1887 aan de Amsterdamse Dagtekenschool en was een vrouw met de broek aan oftewel een feministe. En dat allemaal te Stompwijk! Karel Boom was te Samarang geboren in Nederlands-Indië en zou als Alex Boom (1862-1943) de geschiedenis ingaan. Hij moet niet verward worden met de Belse kunstenaar Karel Boom (1858-1939) die in Antwerpen was geboren.
En dus kreeg Boom het aan de stok met Johann Rösener van wie we weten dat hij in 1869 te Delfshaven was geboren en in 1893 was getrouwd met Jeanne Marie Gimberg, die zich deels in Stompwijk en Voorburg ophield doch te Den Haag was geboren. Welgestelde mensen, die vooral van hun eigen geld leefden, zo lijkt het.
En daar ging ook de ruzie over in ‘De Zwaan’. Ofschoon geen details bekend werden gemaakt, verklaarde Rösener bij zijn aangifte dat het ging om ‘een vroeger aangegane lening, waarvan de schuld nog niet vereffend was’. Een kwartier na het opstootje ging Rösener gelijk door naar het politiebureau om aangifte te doen. Opvallend was dat de 26-jarige Casper van der Helm (1868-1936) als buitengewoon veldwachter wel bij het kabaal aanwezig was, doch niet ingreep. Kennelijk vond hij het een storm in een glas water.
Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.
















