
Woonbeleid gemeente moet effectiever en efficiënter
ActueelLeidschendam-Voorburg - De Rekenkamer WVOLV voor Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg acht een flinke inhaalslag nodig om het gemeentelijk woonbeleid effectiever en efficiënter te maken. Dit is noodzakelijk om tegen 2030 voldoende woningen te realiseren. Uit een onderzoek in opdracht van de Rekenkamer WVOLV blijkt dat gemeenteraden hierin een actievere rol moeten spelen.
Dolf Kamermans, voorzitter van de Rekenkamer WVOLV, benadrukt dat de gemeenten momenteel onvoldoende gebruik maken van mogelijkheden om woningbouw te stimuleren. “Er zijn kansen zoals actief grondbeleid, herontwikkeling van maatschappelijk vastgoed en benutten van landelijke subsidies. Om woningbouwdoelstellingen te halen is het cruciaal dat gemeenteraden hier meer op sturen.”
De Rekenkamer adviseert de gemeenten om een omgevingsvisie te ontwikkelen waarin mogelijke locaties voor woningbouw worden aangewezen. Ook wordt geadviseerd een woningbouwprogrammering op te stellen met een planvoorraad van 130%, zoals landelijk wordt aanbevolen. Daarnaast moeten gemeenten beter gebruikmaken van actief grondbeleid en de beschikbare ruimte optimaal benutten.
Een van de grote uitdagingen is de beperkte ruimte voor nieuwe woningen binnen de vier gemeenten. De Rekenkamer wijst erop dat gemeenten moeten kijken naar de herontwikkeling van maatschappelijk vastgoed, gecombineerd met woonfuncties, en dat sociale woningbouw via de doelgroepenverordening wordt bevorderd.
De vier gemeenten hebben slechts beperkt eigen grondbezit, wat sturing via grondbeleid lastig maakt. Bovendien maken zij te weinig gebruik van regionale samenwerkingsverbanden en subsidies om woningbouw te versnellen. De doelstellingen voor woningbouw en de bijbehorende planning tot 2030 zijn ontoereikend, mede door een tekort aan ambtelijke capaciteit. Het inhuren van externe medewerkers zorgt daarbij voor onvoldoende continuïteit in complexe projecten zoals woningbouw.
De sturing door de gemeenteraden is sterk gericht op het behoud van de eigen identiteit en de belangen van de eigen inwoners, in plaats van op het realiseren van voldoende woningen voor alle doelgroepen. Er wordt onvoldoende gestuurd op de kwantitatieve en kwalitatieve woondoelen richting 2030, mede door het gebrek aan informatie.
De Rekenkamer WVOLV benadrukt dat de gemeentelijke raden een actievere rol moeten spelen in het realiseren van de woonopgaven. ‘Er is meer sturing nodig om de woonambities waar te maken en dat vraagt om een betere informatievoorziening en een scherper oog voor de mogelijkheden die nu nog onbenut blijven.’
















