
MALL OF MAL?
ColumnWas ooit in Vietnam. Schaamteloos transformeerden we het afschuwelijke verleden tot toeristische attractie. In de jungle begaven we ons in claustrofobische nauwe tunnels van de Vietcong. Luguber en beklemmend. Dolblij dat ik eruit was.
`s Avonds bijkomen aan de bar. Zat naast een oudere grijze heer en zijn gezelschap. Hij vroeg waar we vandaan kwamen. Hoorde mij Leidschendam-Voorburg zeggen en haakte er op in. Was hij pas geweest om rond te kijken. Andere man uit gezelschap onderbrak hem. Hij klikte, dat de man naast mij een zeer ‘hoge Ome’ was bij AH. (“Dat zal hij zelf nooit vertellen”) Met pensioen, maar met als ‘hobby’ het bezoeken van winkelcentra. Soort beroeps-tik. Registreren, evalueren en conclusies trekken. Zelfs tijdens pensioen. De hoge Ome glimlachte ingetogen. Hij was in Leidschendam-Voorburg geweest om te kijken waar het grootste winkelcentrum van Nederland moest komen. Had de omgeving gescand en verschillende invalshoeken geprojecteerd op zijn enorme mondiale ervaring. Hij keek me aan en zei kalm, maar resoluut: “Dat kán daar niet!”
Ben die ontmoeting nooit vergeten. Ellende met verkeer weten we nu wel. Smerige CO2-uitstoot, parkeernarigheid en files blijven berucht. Ook klaar met de keiharde leugens van betrokkenen. Plots nieuw drama, een (mogelijke) leegloop! Huren zijn niet meer betaalbaar. Vastgoedbluffers blijken keihard. Nu al volgt leegstand door gesloten filialen. Winkeleigenaren zeggen wanhopig: “Het is wel druk, maar het zijn meer kijkers dan kopers; veel supermarktklanten, die rondlopen”.
Vastgoedbluffers blaffen, dat ze makkelijk nieuwe huurders contracteren. Héél sympathiek tegenover huidige financieel benarde huurders. Huren zijn extreem verhoogd, geen enkele rekening werd gehouden met corona nasleep. Zelfs sprake van zwijgcultuur. Mare gaat, dat in contracten zou staan, dat er niet over centrum en eigenaren mag worden gepraat. Áls dat waar is, Siciliaanse praktijken. Corleone aan de Vliet.
Winkeliers missen de menselijke maat vanuit eigenaren. Betonharde zakelijke opstelling, die geen ruimte laat voor enige vorm van affectie. Zo camoufleren deze vastgoedbluffers hun megalomane expansiedrift met: “Vanzelfsprekend hanteren wij een uitgebreide investeringsstrategie om de operationele kostenefficiëntie op lange termijn te waarborgen voor onze huurders”. Duur klinkende formulering waar vertrokken Pindakaaswinkel en BCC dus geen moer aan hebben. Wat gaat dit tenslotte worden? Victorie of fiasco? Mall of Mal? Hoe dan ook, `t knelt op alle fronten. In en rondom het kwestieuze pronkstuk.
Uiteraard moet winkelcentrum kansen krijgen. Seinen staan echter rood gloeiend. Winkeliers vertrekken of houden -nog- net het hoofd boven water. Als het nieuwe er af is, zullen kijkers afnemen. Zeker bij fatale leegstand. Wat rest zijn burgers uit Voorburg-Leidschendam en omgeving, die niets hebben met peperdure merkzaken. Zit niet in onze aard. Zo dacht ik terug aan mijn ontmoeting in Vietnam. Hoor het de ervaringsdeskundige nog zeggen: “Dat kán daar niet!” Nam het toen voor kennisgeving aan. Nu ontvouwen zich de eerste signalen van een (financieel) drama. Gesprekspartner had ook iets anders kunnen zeggen.
“Pas op! Hoogmoed komt ten val!”
















