Column: The Calgon Kid

Columns 18 keer gelezen

Het telefoontje kwam vroeg. Net wakker en meteen in de stand-by stand. Niks koffie, krantje, croissantje. Het klonk als een onverbiddelijke waarschuwing. Je voelde, dat er opgenomen moest worden. Een complex aan factoren. Zo vroeg, zo anders, zo ongewoon. 's Ochtends vóór acht uur gaat nóóit de telefoon. Bijna nooit, dus.

Het display verraadt onze zoon. Ik kijk naar mijn vrouw. Ze fronst de wenkbrauwen en haalt de schouders op. Waarom belt hij vóór acht uur? Zijn moeder bezit een overdosis aan affectie. Zij ziet binnen luttele seconden allerlei doemscenario's verschijnen. Ik ben minder van de angst of verwarring. Ik sneer dan ook: “Zijn zakgeld is zeker op!” Mijn vrouw kan er niet om lachen. Beslist niet.

Ik neem op en zeg, quasi grappig: “Met 1-1-2, wat wilt u? Ambulance, politie of brandweer?” Mijn vrouw krimpt ineen van ergernis. Zeker, als ik meld: “Drie halen, één betalen”. Mijn zoon lijkt sprekend op mij. In gedrag, in humor, in alles. Twee kopieën. Hij raakt niet van de wijs, maar reageert alert: “Krijg ik bij alle drie zegeltjes?” Zijn moeder schudt het hoofd, alsof ze wil zeggen: “Hoe kon ik hém trouwen en die andere neuroot baren?”

Zijn stem verandert. Hij wil toch iets vertellen. Het is tien voor acht. Dean heeft in een kort moment van onachtzaamheid op een Calgontablet zitten kauwen en een flink deel ingeslikt. De dokter is gebeld. Het instinct van oma werkt nu op volle toeren. De ogen verraden haar gemoedstoestand. Ik ken haar ruim 42 jaar en weet één ding zeker. Nu niet leuk gaan doen.

Paniek is me vreemd. Zit niet in me. Niet stoer, een constatering. Dat zie ik bij onze zoon terug. Tóch hoor ik zorg in zijn stem. Verhoogde paraatheid, zoiets. Als de correspondent in het Acht uur journaal doet hij verslag. Ja, normaal staat alles achter slot en grendel. Nee, nu een paar seconden niet en ja, het is meteen prijs. Ik weet niet wat het is, maar ook nu kan ik niet normaal reageren. Ik zweer, dat het geen opzet is als ik antwoord: “Hij at een Calgontablet? Was de havermout soms op?”

Mijn vrouw maakt een gebaar van onbegrip. Ze wil weten, wat er precies aan de hand is. Ik meld mijn zoon, dat ik de Calgontablet tragedie even aan zijn moeder vertel. Ze schrikt zichtbaar en roept: “Calgon? Hoe kan dat? Waar is hij?” Ik weet werkelijk niet waarom, maar ook nu ga ik weer idioot de mist in, als ik zeg: “Waar Dean is? Oh, ze hebben hem zo lang in de vaatwasser gestopt!”

Mijn zoon lacht door de telefoon. Zijn moeder niet. Ze schrikt, zegt een woord met veel piepjes (“kl**tz*k”)en wil de telefoon hebben. Ze praat met haar zoon, informeert en hoort wat de medische wetenschap heeft gemeld. Dean moet 24 uur in de gaten gehouden worden en bij eventueel afwijkend gedrag onmiddellijk richting Antoniushove. Als ze wil ophangen, spreek ik nog even met mijn zoon aan wie ik nog even dwangmatig geestig meld: “Dean krijgt in ieder geval geen aderverkalking!”

's Avonds komen vader en moeder met Dean langs. Ik zie niets aan hem. Onze dochter en oma kijken hem aan of hij net ontsnapt is aan de beet van een Nijlkrokodil met obesitas. Overdreven theater. Ze aaien hem over de bol en vragen, op de toon van een welzijnswerker in de sloppenwijken van Delhi, hoe het met hem gaat. Dean snapt er geen ene moer van, kijkt vrolijk om zich heen en zet alles in het juiste perspectief met de onvervalste vraag: “Koek?”

Oma en tante blijven bezorgd. De ouders lijken me gerust. Ik kijk Dean maar eens aan. Hij loopt vrolijk door de kamer, eet koek en zit met zijn poten (“Niet doen, Dean”) weer overal aan. “Ik ben me rot geschrokken”, weet mijn vrouw. “Ik ook”, weet de schoondochter. Onze zoon is allang terug op aarde. Hij sneert naar me: “Ben jij over de schrik heen?” Ik kijk hem aan, glimlach en antwoord: “Ik schrok helemaal niet. Wasmachines leven langer door Calgon!”

Dean wordt dús honderd!

Ronald Lamping

Uit de krant