Kad kaart D van Stompwijk met Vischlust 1811-1832.
Kad kaart D van Stompwijk met Vischlust 1811-1832.
historisch leven langs de vliet

Buitenplaats Vischlust ging in vlammen op

Historie 252 keer gelezen

Stompwijk - Meestal werden de indrukwekkende buitenplaatsen gebouwd aan het water. De welgestelde stadsmensen kozen voor een buiten om van de gezonde lucht te profiteren. Aan de Stompwijkseweg was er de in rook opgegane buitenplaats Vischlust met zicht op De Drie Molens.

De lieflijke Stompwijkseweg zoals hij thans slingerend door de weilanden zijn weg naar het centrum van Stompwijk vindt, biedt zicht op het uitgestrekte platteland. Aan de horizon kan je de blauwe lucht nog in het groene gras van de weilanden zien overgaan. Een heus idyllisch landschap. Maar wie bedenkt dat de Drooggemaakte Grote Polder tot 1771 een immense waterplas was, zal begrijpen dat er weinig plaats was voor een boerderij, laat staan een luxe buitenplaats…. En toch was hij er!

Onder de rook van de Drie Molens vinden we een stukje land dat aangenaam genoeg was om er een landhuis op te zetten. Het eenvoudige landgoed kreeg de naam Vischlust en was naast het café ‘De Drie Molens’ gelegen. Kort nadat Jacobus de Koning in 1850 de nieuwe eigenaar was geworden ging het herenhuis in vlammen op. De schade moet enorm zijn geweest en het loonde niet de moeite om de herenwoning te herstellen. Vóór De Koning eigenaar werd, was het in handen van een legerofficier en zijn vrouw, die Vischlust vanaf 1816 in hun bezit hadden. Zij verbleven er geregeld, de officier en zijn vrouw zijn zelfs gestorven op hun geliefde landgoed!

Op 18 november 1816 kocht de gepensioneerde majoor Alexander Balnearis (±1765-1839) de buitenplaats Vischlust van de welgestelde Johannes van Teeckelenburgh voor ƒ 6.000,-. De te Steenbergen geboren Alexander was getrouwd met de dertig jaar jongere Allegonda Idema (±1795-1848). Volgens de koopakte uit 1816 werd Balnearis eigenaar van Vischlust met daarbij behorende herenhuizing en verder getimmerte alsmede tuin, boomgaard, bepotingen en beplantingen ter grootte van ongeveer één hectare. In het kadaster vinden we het bescheiden landgoed op de kaart terug, inclusief de omschrijving. Volgens de tekening is het herenhuis niet ver van de Stompwijkseweg gelegen. Dichtbij het huis vinden we de enorme stal en schuur. Het complex diende gezien te worden als een waar lusthof geheel met bomen omringd met een sierlijk aangelegde vijver.

De majoor besteedde veel geld aan zijn hof, waarop hij erg was gesteld. Samen met zijn vrouw zouden ze uiteindelijk 32 jaar eigenaar zijn van Vischlust. De majoor en zijn vrouw waren wel een vreemde eend in de bijt tussen alle boeren, maar vooral arme verveners en turfdelvers aan de Stompwijkseweg. Ze zaten te midden van de nieuwe droogmakerij op hun lustoord dat eerder van Johannes van Teeckelenburgh (±1763-1828) was geweest. Hij betaalde ƒ 5.000,- aan verkoper Abraham Hollebeek in 1798. Ook voor hem was het fraaie landgoed een geliefd bezit, mede vanwege het uitzicht op de fraaie oer-Hollandse molens.

Uit de krant