
ZIEKE DOMINEE SNEP
HistorieLeidschendam - Willem Snep kwam in 1770 de lidmaten van de Hervormde gemeente van Wilsveen bedienen. Als pas afgestudeerde jongeman kwam hij op de kansel van het gehucht. Het was zijn eerste - later bleek ook enige - baantje. Hij stierf al op jonge leeftijd: vrouw en zoon achterlatend.
Door F.J.A.M. van der Helm
In 1770 werd de jonge, ongehuwde Willem Snep (1739-1795) te Wilsveen benoemd tot predikant en leraar van de Hervormde gemeente. Hij was de 14e dominee in rij na de reformatie en opvolger van Johannes Bondt die in 1769 naar Maasland vertrok. Snep was een beginnend predikant en Wilsveen zou zijn eerste standplaats worden, doch geheel onbekend was hij niet in de wereld van dominees.
In 1758 zien we hem voor het eerst opduiken als filosofiestudent te Delft. In die hoedanigheid ondertekende hij een fraai, door hem zelf geschreven stukje proza in een Liber Amicorum over de vriendschap voor zijn vriend en predikant Cornelis van Waenen (1732-1805). “Ja, ook in blij geluk een trouwe vriend te hebben”, weet hij als 18-jarige puber te schrijven aan de 7 jaar oudere dominee. Inspireerde deze man hem om zich te bekwamen in de godgeleerdheid en ook dominee te worden? In ieder geval komen we Willem in 1760 tegen te Leiden, wanneer hij als theologiestudent de 26-jarige predikant Nicolaas Buys (ca1734-1798) in het Latijn een berichtje schreef.
Toen hij in 1770 te Wilsveen werd benoemd had hij twee concurrenten. Daarvoor moesten ze allen een proefpreek houden ten overstaan van de gemeente. Hij moest de preek van 25 december 1769 verzorgen. In de middag wel te verstaan. De eerste sollicitant die van 24 december en nummer drie op de ochtend van Tweede Kerstdag. Zoals bekend werd Willem Snep de uitverkorene en daarmee kreeg hij zijn benoeming per 28 december. De ambachtsheer gaf de benodigde toestemming: het protestantisme was immers een staatsgodsdienst.
De jonge dominee lag goed in de gemeente. Af en toe moest hij zijn ledematen berispen ‘voor stoute paapse gebruiken, zoals danserijen’, maar het viel allemaal wel mee. De jongeman raakte aan de vrouw en in 1777 huwde hij met Johanna Bouman (1745-1819) van de Amsterdamse Egelantiersgracht. Een jaar later werd zoon Nicolaas geboren, gevolgd door een levenloos kind en in 1780 kwam Anna op de wereld. Al hun kinderen zouden vroegtijdig overlijden op zoon Nicolaas na, die in 1781 werd geboren.
De eens zo vitale Willem, die als 30-jarige predikant in Wilsveen begon, zou er eeuwig blijven preken en overlijden. In 1789, 50 jaar oud, zien we vermeld dat hij ernstig ziek is. In 1791 stopte hij met preken en ging met emeritaat; Jacobus van Waenen werd zijn opvolger. Toen hij in 1795 kwam te overlijden werd in de rouwadvertentie gesproken van ‘een uitterende ziekte’. Zijn vrouw kreeg een weduwepensioen. Toen de Fransen ons land bezetten en kerk en staat werden gescheiden, leefde de weduwe nog. Het was 1810 en ze ontving een keizerlijk pensioen van 100 gulden of 220 frank per jaar.
Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.
2
















