Rijksveldwachter Tol (l.) en gemeenteveldwachters Blom en Gerritsen in 1910 (Haags Gemeentearchief).
Rijksveldwachter Tol (l.) en gemeenteveldwachters Blom en Gerritsen in 1910 (Haags Gemeentearchief).
HISTORISCH LEVEN LANGS DE VLIET

Veldwachters eisen loonsverhoging

Historie

Leidschendam - De twee veldwachters die Stompwijk rijk was, waren het zat in 1907. Na jaren op een jaarwedde te hebben gestaan van 450 gulden wilden ze dit met 50 gulden opgetrokken zien worden. In een brief aan de gemeenteraad zetten ze hun eisen kracht bij.

Door F.J.A.M. van der Helm

Carel N.C. Grootveldt (Den Haag 1847- Loosduinen 1921) en Pieter Blom (Schagen 1863 - Leidschendam 1951) waren twee Stompwijkse veldwachters die hun vermoeiende werk vol passie dagelijks uitoefenden, doch ze vonden dat hun beloning wel eens mocht worden aangepast aan de duurder wordende tijd. Grootveldt was in 1907 21 ½ jaar in dienst als veldwachter en zijn collega Blom had er 15 jaar opzitten. Hun jaarwedde van 450 gulden werd wekelijks uitbetaald en kwam neer op een weekloon van ƒ 8,65. 

In al die tijd is er een keer een loonsverhoging geweest van 25 gulden en dat vonden beide heren wel aan de magere kant. Vooral omdat ze ook vrouw en kinderen hadden te onderhouden. Gezamenlijk schreven ze een brief aan de Stompwijkse gemeenteraad om loonsverhoging te vragen.

Van hot naar her

Op een uiterst beleefde manier trokken ze de stoute schoenen aan en begonnen ootmoedig te schrijven. Het was een feit dat ze dagelijks flink in touw waren. Zomers 18 uur en ’s winters 17 uur en dat inclusief de zondag. Ze zwierven de hele dag door de gemeente, die een oppervlakte had van 3193 hectare en daarmee even groot was als Den Haag! Met twee veldwachters moesten ze de orde handhaven en toezien op het naleven van – steeds meer- wetten, terwijl ze van hot naar her werden gedirigeerd.

Daarbij kwam dat hun taken steeds uitgebreider werden door de drukker wordende scheepvaart, maar ook door de trein die in de buurt werd aangelegd. De bedrijvigheid nam alsmaar toe, waterleiding, elektriciteit allemaal zaken die moest worden aangelegd en waarbij geregeld geschillen ontstonden die de veldwachters moesten oplossen.

Hun looneis was 10 gulden per week, dus een verhoging van ƒ1,35. Was dat veel? Nou, als je het vergeleek met de pas aangestelde politieagenten die een aanvangssalaris kregen van ƒ12, 50 of ƒ13 per week, kwam de veldwachter er magertjes van af. Bovendien kregen de agenten hun periodieke verhoging, konden ze promoveren, kregen ze gratis medische zorg voor alle gezinsleden en een goed pensioen, wat de veldwachters allemaal moesten ontberen. De raad bekeek de brief en koos voor wat afkoeling. Ze hield de zaak aan, zoals dat zo mooi heet. Pas een jaar later op 28 oktober 1908 kwam het raadsbesluit om de veldwachters er 25 gulden bij te geven. Tezelfdertijd werd het salaris van de hoofdonderwijzer met 100 gulden verhoogd en kwam op 1300 gulden. 

Nee, echt goed betaald werden de veldwachterd niet. Maar zij hadden weinig keus en moesten genoegen nemen met een relatief karig weekloon. Maar zij moesten wel voor dag en dauw klaarstaan voor de gemeente.

Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant