
Peter den Hollander (D66): ‘Politiek begint met luisteren naar elkaar’
Politiek 130 keer gelezenLeidschendam-Voorburg - De nieuwe gemeenteraadsleden zijn inmiddels geïnstalleerd. Waarschijnlijk zijn zij nog niet allemaal even bekend en daarom zullen wij hen de komende maanden aan het woord laten. Wat kunnen we de komende raadsperiode van hen verwachten. Wat zijn hun plannen en ideeën?
Door Inge Koot
Wie Peter den Hollander spreekt, merkt al snel dat taal voor hem meer is dan alleen een middel om iets duidelijk te maken. De kersverse D66-raadslid uit Leidschendam-Voorburg denkt graag na over woorden, hun betekenis en de manier waarop mensen met elkaar communiceren. Niet direct het profiel dat veel mensen associëren met de lokale politiek. Toch vond Den Hollander juist via gesprekken, observaties en nieuwsgierigheid zijn weg naar de raadzaal.
“Woorden liegen op zichzelf niet,” zegt hij bedachtzaam. “Maar zodra je ze in een context plaatst, kunnen ze dat wel doen.” Het is een onderwerp waar hij zich al jaren mee bezighoudt. Den Hollander schrijft proza, maakt essays over taal en filosofeert graag over communicatie en betekenis. Binnenkort geeft hij daar zelfs een lezing over aan een universiteit in Bratislava.
Zijn creatieve kant gaat overigens verder dan schrijven alleen. In het verleden schilderde hij en componeerde hij muziek. Eén van zijn nummers werd ooit zelfs gedraaid op de radio. Toch speelde het grootste deel van zijn leven zich af in het onderwijs. Als docent Nederlands gaf hij jarenlang les op onder meer het Maartens College en het Dalton College. “Ik heb heel wat generaties scholieren voorbij zien komen,” zegt hij lachend.
Hoewel hij inmiddels met pensioen is, stilzitten doet hij allerminst. Sinds een jaar werkt hij als hoofdsurveillant bij De Haagse Hogeschool, waar hij meerdere keren per week tentamens coördineert. Het contact met studenten geeft hem energie. “Jonge mensen die bezig zijn met hun toekomst werken aanstekelijk.”
Zijn band met de gemeente is diepgeworteld. Den Hollander werd geboren en groeide op in Voorburg, woonde later jarenlang in Scheveningen en keerde uiteindelijk terug naar zijn geboortegrond. “Hier ligt mijn familiegeschiedenis”, zegt hij. Hij woont nu met zijn vrouw in een karakteristiek wit spoorhuisje aan het Oosteinde. “Dit is mijn thuis”.
De stap naar de politiek kwam niet voort uit een lang gekoesterde ambitie. Eerder uit toevallige ontmoetingen en discussies. “Ik werkte ooit in een boekhandel, waar iemand in een gesprek zei: jij moet de politiek in.” Zelf denkt hij dat het vooral kwam doordat hij overal een mening over had. “Ik mopperde waarschijnlijk iets te enthousiast over hoe dingen beter konden.”
Toch ziet Den Hollander politiek niet als een strijdtoneel, maar vooral als een plek waar mensen met elkaar in gesprek moeten blijven. Hij maakt zich minder zorgen dan veel anderen en noemt problemen liever uitdagingen. “De basis van onze samenleving is volgens mij nog steeds: zorg voor elkaar. Alleen moet je daar wel met elkaar over blijven praten.” Die verbindende rol ziet hij ook voor de politiek weggelegd. “Inwoners moeten niet alleen begrijpen welke besluiten worden genomen, maar ook waarom. Niet iedereen is het altijd eens met beleid, maar het helpt als je uitlegt waar keuzes vandaan komen.”
Een plek waar hij zelf graag tot rust komt, is de sluis in Leidschendam. Vanaf de kade kijkt hij graag naar de boten. “En ik geef eerlijk toe dat ik soms ook geniet van de stress aan boord als mensen proberen aan te leggen,” zegt hij lachend.
Als raadslid wil hij zich onder meer inzetten voor Leidschendam-Noord. Volgens hem verdient die wijk extra aandacht, niet alleen vanwege de woningbouw en leefbaarheid, maar vooral omdat bewoners betrokken moeten worden bij oplossingen. “Mensen die ergens wonen weten vaak zelf heel goed wat beter kan.”
Ook wil hij politiek dichter bij inwoners brengen. Hij denkt bijvoorbeeld aan fractievergaderingen in buurten en meer direct contact met bewoners. Tegelijkertijd vindt hij dat inwoners zelf ook verantwoordelijkheid dragen. “Praat mee, denk mee. Politiek hoort niet alleen thuis in het gemeentehuis.”
Hoewel hij nog maar kort raadslid is, voelt Den Hollander zich zichtbaar op zijn plek. Hij omschrijft de gemeenteraad als een “rijdende trein” waarin hij stap voor stap zijn weg vindt. Wat hem positief verrast, is de onderlinge redelijkheid. “Mensen verschillen van mening, maar uiteindelijk wil iedereen iets goeds voor de gemeente.” Hij hoeft geen groot politiek monument achter te laten. Als inwoners hem herinneren als “een leuke vent” is hij al tevreden. Zijn boodschap aan inwoners vat hij kort samen: “Bemoei je met ons. Wij bemoeien ons tenslotte ook met jullie.”
















