
Meer aandacht gevraagd voor laaggeletterdheid bij jongeren
Actueel 90 keer gelezenLeidschendam-Voorburg - Bijna 40 procent van de Nederlandse 15-jarigen heeft moeite met lezen en het begrijpen van teksten. Dat blijkt uit het internationale PISA-onderzoek. Ook in Leidschendam-Voorburg is er aandacht voor de vraag hoe taal- en leesachterstanden bij kinderen en jongeren zo vroeg mogelijk kunnen worden herkend en aangepakt.
Commissielid Stella de Konink van de lokale partij Aandacht-LV heeft hierover vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders. Aanleiding zijn recente berichten over de afnemende leesvaardigheid onder Nederlandse jongeren. Problemen met lezen en tekstbegrip kunnen gevolgen hebben voor schoolprestaties, vervolgonderwijs en de kansen op de arbeidsmarkt. Ook kunnen jongeren hierdoor later meer moeite hebben om zelfstandig mee te doen in de samenleving.
In Leidschendam-Voorburg zijn al verschillende voorzieningen die zich richten op taalontwikkeling. Zo is er voorschoolse educatie voor peuters die een risico lopen op een taalachterstand. Ook zijn er activiteiten rond laaggeletterdheid en basisvaardigheden, onder meer via het Taalhuis van de Bibliotheek aan de Vliet.
De vragen aan het college richten zich onder andere op de omvang van taal- en leesachterstanden onder kinderen en jongeren in de gemeente. Ook wordt gevraagd hoe deze problemen worden gesignaleerd en welke ondersteuning beschikbaar is voor peuters, basisschoolleerlingen en jongeren in het voortgezet onderwijs. Daarnaast wordt gevraagd naar de samenwerking tussen scholen, bibliotheken, buitenschoolse opvang, voorschoolse voorzieningen en maatschappelijke organisaties. Daarbij is er aandacht voor jongeren die hun school verlaten. De vraag is hoe jongeren met een taalachterstand in beeld blijven wanneer zij voortijdig uitvallen of juist met een startkwalificatie van school gaan.
Het doel van vroegtijdige signalering is om taalproblemen niet pas op volwassen leeftijd aan te pakken. Door kinderen en jongeren tijdig passende ondersteuning te bieden, kunnen achterstanden mogelijk worden beperkt en krijgen zij betere mogelijkheden om zich op school en later op de arbeidsmarkt te ontwikkelen.
















