Ondertekening brief pastoor Simmers 14 november 1839.
Ondertekening brief pastoor Simmers 14 november 1839.
HISTORISCH LEVEN LANGS DE VLIET

Verderfelijke kansspelen

Historie 673 keer gelezen

Stompwijk - Zelden zal een pastoor zich zo boos gemaakt hebben op de plaatselijke overheid, dat hij in de pen klom om de wereldlijke bestuurders in zijn plaats de les te lezen. Het was de Nootdorpse pastoor V.F. Simmers die de kat de bel aanbond en in 1839 de bestuurders van Stompwijk aanschreef.

Door F.J.A.M. van der Helm

In Valentinus Franciscus Simmers (1802-1878) had Nootdorp een uiterst herderlijke pastoor die de parochie met volle overtuiging bijstond en altijd aanwezig was op plekken waar hij moest zijn om de nood te lenigen van zijn parochianen. Zijn parochie omvatte naast Nootdorp ook Wilsveen en Tedingerbroek en kreeg zodoende ook te maken met de bestuurders van de gemeente Stompwijk, waaronder Tedingerbroek en Wilsveen destijds vielen.

De pastoor was van huis uit een Amsterdammer, waar hij in 1802 was geboren als zoon van de godvruchtige Adrianus Simmers en Anna Maria Nijssen. Zijn vader was hoedenmaker van beroep en had een eigen zaak nabij de Vijzelstraat. Al spoedig na zijn priesterwijding komen we hem tegen op het Reguliersplein te Amsterdam, waar hij met lieden van divers pluimage in één pand samenwoonde.

In Nootdorp woonde hij aan de Veenweg waar hij van dichtbij als een ware herder zijn kudde hoedde. Zijn schapen waren armlastig, iedere cent moest worden omgedraaid en kwam vader thuis met het zuurverdiende weekgeld of soms daggeld bij gebrek aan vast werk, dan droeg hij het meestal over aan zijn vrouw om de nodige kosten te betalen. Maar o wee als vader lief zijn geld verbraste in de kroeg of wanneer hij deelnam aan een loterij waarbij hem een geweldige hoofdprijs te wachten stond. Die verleiding om daaraan mee te doen, zorgde voor nog grotere misère.

Samen met de plaatselijke predikant besloten beide geestelijken gebroederlijk op te treden tegen de kansspelen en loterijen. In een brief van drie kantjes schreef pastoor Simmers naar de bestuurders van Stompwijk over de verlotingen van enige voorwerpen die aanleiding gaven tot ‘de verderfelijkste gevolgen voor goede zeden’ en het heil van zijn parochianen. De verlotingen vond hij niet misdadig, maar de nare gevolgen die het met zich meebracht. Daar de verlotingen in kroegen en tapperijen plaatvonden leidde dat ook tot overmatig drankgebruik met allerlei gevolgen van dien. Ruzies, vechtpartijen, schulden waarbij betrokkenen berooid thuiskwamen.

De pastoor kon preken wat hij wilde maar het was dweilen met de kraan open. Gedreven door armoe lieten de povere lieden zich toch weer verleiden tot kans op wat geluk door aan de loterij mee te doen. Pastoor Simmers bleef een aimabel mens die zich volledig overgaf aan het zieleheil van zijn parochianen. Hij had regelmatig overleg met zijn collega van Leidschendam pastoor Johannes Rustman die hem zelfs in zijn testament tot enig erfgenaam had benoemd. Op zijn ouwe dag toen hij met emeritaat ging bleef hij aan de Veenweg wonen waar hij in 1878 overleed.

Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant