De Vliet, nabij buitenplaats Hofwijck (foto: Haags Gemeentearchief).
De Vliet, nabij buitenplaats Hofwijck (foto: Haags Gemeentearchief).
HISTORISCH LEVEN LANGS DE VLIET

Diefstal uit boten

Historie 838 keer gelezen

Leidschendam - Zo vredig de boten liggen aan de Leidse Dam, keurig vastgelegd op historische ansichtkaarten, zo was het leven in werkelijkheid zeker niet. Geregeld werden de talrijk afgemeerde vrachtbootjes bezocht door ongenode lieden, die van alles meenamen wat los en vast zat. Of het nu om een paar schoenen ging of ja soms,….. een zak geld met 700 gulden erin. 

Door F.J.A.M. van der Helm

We verplaatsen ons naar het jaar 1817: toen Leidschendam nog bestond uit een Veurse en een Stompwijkse kant. Overal langs de dam was er volk op de been: van klierende pubers, stoere schippers, bezopen kroegenlopers tot schrobbende dienstbodes. Het geluid van paardengetrappel en schreeuwende handwerklieden en schuitenjagers was niet van de lucht.

Hoed en schoenen gestolen

Ofschoon de meeste straatgangers uit de buurt kwamen, waren er door de nering op straat en te water ook diverse lieden van elders afkomstig. Stevige botenjagers lieten hun paarden trekken op het jaagpad langs de Vliet. Andere boten lagen afgemeerd aan de kade, zoals de Westlandse Groenschuiten van Jacobus van Leeuwen en Pieter Vlas. Keurig naast elkaar gelegen voor de kroeg van Nicolaas van Veen. ’s Avonds bij terugkomst ontdekte Van Leeuwen dat zijn ronde hoed en een paar hoge schoenen waren verdwenen en daarvoor in de plaats had de dief zijn eigen ouwe schoenen achtergelaten. Aan de schoenen herkende men de dief. Het moet het knechtje zijn geweest van de schipper waarvan alleen zijn voornaam Cornelis bekend was en dat hij ergens in Leiden woonde. Hij was met de noorderzon vertrokken.

Zakken geld

Minder onschuldig was de nachtelijke diefstal van een verzegelde zak met geld, hartje zomer van datzelfde jaar. In een zeilboot van Janus Hoeks (1740-1828) die te Veur woonde, was ingebroken terwijl hij lag te slapen. De volgende dag doet hij aangifte bij schout Coenraad van Eijk. In het opgemaakte en bewaard gebleven proces-verbaal lezen we de toedracht. De dan 77-jarige Hoeks was aangesteld als noodhulp die vanwege zijn ervaring in drukke tijden kon worden ingezet. Zijn schoonzoon Jan Schouten was schipper en Koos Jacobs was aangesteld als knecht. Het drietal voer geregeld van Monster naar Amsterdam om een vracht aardappelen af te leveren. En dat was ook dit keer gebeurd. 

Op de terugweg kregen ze van de handelaar twee verzegelde zakken met geld mee om die af te leveren bij de aardappelenboeren. Ook dat was een routinekwestie en gebeurde regelmatig en in vol vertrouwen. Het geld werd in twee verzegelde zakken bewaard op de boot en de levering zou de volgende dag plaats vinden. Schipper Jan en hulpje Koos gingen naar huis en de ouwe Hoeks bleef op de boot slapen. Het vaartuig lag afgemeerd tegenover biersteker Steven Pijpas. Hoeks schoof het luik dicht en is om half twee in zijn kooi gedoken. Toen hij om 4 uur wakker werd was het luik open en het geld verdwenen. De buit vertegenwoordigde een waarde van zo’n 700 gulden. 

Van de dader(s) ontbrak ieder spoor.

Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant