Rapportage over het kinderverblijf van de inspecteur van de Volksgezondheid.
Rapportage over het kinderverblijf van de inspecteur van de Volksgezondheid.
HISTORISCH LEVEN LANGS DE VLIET

VRAGEN BIJ KINDERTEHUIS

Historie 163 keer gelezen

Voorburg - In 1930 verscheen aan de Parkweg 186 een kindertehuis dat er slechts kort is gebleven. In 1932 was het verdwenen. Het tehuis had als directrice mevrouw Van den Berg en Engel Volk was namens de Middernachtzending verantwoordelijk voor de plaatsing van de peuters, kleuters en tieners. 

Door F.J.A.M. van der Helm

Problemen in kindertehuizen? Dat klinkt als bekend in de oren, want het is bijna wekelijkse kost in de kranten. Maar honderd jaar geleden was het ook geen fraaie plaats als onderdak voor vaak ouderloze kinderen. Jongens en meisjes - soms nog baby’tjes - kwamen in tehuizen terecht, vaak opgericht door barmhartige instellingen.

De Middernachtszending was zo’n instituut, dat in 1888 te Haarlem was opgericht door Johannes van der Steur en Gerard Velthuysen. Een christelijke beweging die streed tegen prostitutie. Soms best fanatiek. Zo stonden vrijwilligers van de club te posten bij bordelen om potentiële klanten op het hart te drukken niet naar binnen te gaan. Aan dat nachtelijke avontuur dankten ze de naam Middernachtzending. Verbonden aan de afdeling van de havenstad Rotterdam was Engel Hendrikus Volk (1892-1946), geboren was te Emmen als zoon van Willem Volk, die zich in 1892 evangelist noemde.

Ongetwijfeld goed bedoeld, ging het er aan de Parkweg 186 niet best aan toe. Zelfs voor die tijd niet. Omdat Voorburg nog geen eigen wetgeving kende omtrent kindertehuizen kwamen inspectie en toezicht op het bordje van het Rijk. In het herenhuis werden kinderen ondergebracht van gescheiden ouders, zonder ouders en ouders aan de zelfkant van de samenleving. Bij een rijksinspectie van ‘volksgezondheid’ vond men vijftien kinderen van 2 ½ jaar tot en met de schoolplichtige leeftijd in huis onder de bezielende leiding van mevrouw Van den Berg als enige hulp, die dag en nacht beschikbaar was om de kleintjes te verzorgen.

Ze was directrice, exploitant en hulpkracht met de zorg voor 15 kinderen. Ander personeel was er niet, op een enkele ongehuwde moeder na. Een schrijnende situatie. De kinderen sliepen zowel op de eerste verdieping als op zolder. Op de bovenste achterkamer sliepen zes jongen van 4 tot en met 8 jaar. Bij het bezoek van de inspecteur lagen de kinderen in bed met kleding en schoenen aan. Hij constateerde dat het beddengoed er ‘groezelig’ uitzag.

Op zolder stonden diverse ledikantjes en sliepen een meisje van 6 en een jongen van 5 zonder toezicht; de directrice sliep op de 1e etage in een kamertje apart en het was maar de vraag of ze bij een ramp adequaat hulp kon bieden. In geval van brand zouden de kleintjes groot gevaar zouden lopen, gaf Van den Berg toe.  Er waren twee wc’s in het huis en een badkamer met ligbad, waarvan de geiser defect was. De grote kinderen wasten zich onder de kraan.

Enfin de kinderen waren van de straat en hadden een dak boven hun hoofd. Alles met de beste bedoelingen. Er werd niet gekeken naar de kinderen zelf en hoe zij eraan toe waren. In 1932 bestond het tehuis niet meer.

Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant