
GROEN
Column 191 keer gelezenBij ons thuis geen Gazastrook of westelijk Jordaanoever. Helemaal geen overeenkomsten? Jazeker! Klinkt als vruchteloze ‘Straat van Hormuz’-overleg.
Wij hebben een tuintje. Niks bijzonders. Stukkie grond van pakweg, 5 bij 12 meter. Geen stinkrijk Brasschaat, waar je via de oprit de tuin inrijdt. Freek de Jonge omschreef het eertijds passend: “Om de villa te bereiken kon je onderweg op de oprit nog tanken!”
Wij zijn prototype familie Doorsnee. Hebben van alles een beetje. Zelden klachten en tevreden. Nooit jaloezie. Hebben we zero talent voor. Ons tuintje ligt wel riant. Aan een sloot met daarachter een dijk. Dat uitzicht zal nooit bebouwd worden door vastgoed geldmaniakken. Geruststellend!
Tuin wás oorlogsgebied. Overdreven, oké. Zit er vaak. Bij even redelijk weer. Broodje eten, koffie zuipen en krant lezen. Klassieke beelden van een uitgerangeerde gepensioneerde, bij wie het werkzame deel slechts bestaat uit het verplaatsen van lucht als ik nóg een espresso ga scoren.
Tuin is van mevrouw Lamping. Die fabriceert een soort Keukenhof met Madurodam afmetingen. Nog even en er staat een buslading Chinezen foto`s te maken. Mijn anti-botanische gedrag wordt niet gewaardeerd. Jaarlijks terugkerend ritueel rond nieuwe aanplant.
Snap aanpak na ruim 50 jaren goed. Mevrouw Lamping loopt rond in ons tuintje, ruimt restanten wintertroep op en waarna de genadeklap volgt: “Zullen we naar tuincentrum rijden!” Bevel mét uitroepteken gecamoufleerd als open vraag.
Totaal geen zin in, maar weet, dat weigeren consequenties heeft. “Meteen?”, sputter ik nog. Krijg geeneens antwoord. Binnen ons huwelijk betekent deze stille code: “Ja, wat dacht je dan?” Zucht en zij hapt meteen: “Weet, dat je geen groene vingers hebt, maar kom op, luilak!”
Ik zwijg, maar denk bijdehand: Áls ik groene vingers had, dan moet ik zo snel mogelijk naar huisarts en niet naar tuincentrum! Die gevatheid laat ik achterwege. Wel zo slim wil ik niet zelf onder de verse tuinaarde belanden. “Fijn, dat je er zin in hebt”, spot ze.
Hang volslagen ongeïnteresseerd over de winkelwagen wortel te schieten. Gevaarlijke houding. Zij verwacht, dat ik meedenk. Dus als zij vraagt: “Lijkt je dit een mooie combinatie?”, dan wil ze antwoord. Dat is bekend en dus lieg ik de prothese uit m`n smoel met: “Goh, geinig hoor die kleurtjes!”
Lig constant figuurlijk vast aan haar denkbeeldige leugendetector. Het interesseert me gewoon niet. Stam wel uit de categorie schijnheiligen. Ben blij met een fraai tuintje, maar wil er dan weer niets voor doen. Mijn vrouw sleurt me naar haar inkopen toe: “Pak de zak tuinaarde, pak die plant!”
Klaar. Tuintje ziet er echt verzorgd uit. Wil me in haar gemoed vleien en slijm: “Mooi hoor die combinatie kleuren en verschillende bloemen!” Ze kijkt op en sneert glimlachend: “Die bloemen vinden jouw mening niet belangrijk!” “Hoezo, niet”, vraag ik. Haar antwoord doet de verse aanplant trillen.
“Bloemen houden van mensen,
Niet van slijmballen!”
















