
Een stoel om op te spelen
Cultuur 1.632 keer gelezenLeidschendam - Bij kinderdagverblijf Piggelmee staat een vrolijk kunstwerk. Een stoel van keramiek. Hij heeft uitbundig felle kleuren en is tegelijkertijd een lachende clown bij wie je graag op schoot wilt klimmen. Echt comfortabel is dat niet. Je glijdt er zo vanaf. Maar dat is het leuke: het is een clownsstoel waarop je kan spelen.
Door Anne Marie Boorsma
De stoel is hemelsblauw van kleur. Aan de voorkant zien we een boog witte tanden die jolig naar omhoog wijst. De oranje neus heeft de vorm van een dikke peer. De citroengele ogen hebben de vormen van een dunnere peer en van een banaan. Daarboven zweven twee zwarte wenkbrauwen. Zwart dat weer terugkomt in de armleuningen, ofwel de clownsarmen. De gele stoelzitting is tegelijkertijd de clownsbroek. De achterkant van de stoel heeft ook een gezicht. Daar hebben de ogen zwarte pupillen in oogwit en de vrolijk gele mond is daar gesloten.
De maker, kunstenaar Jan Snoeck (1927-2018), heeft zich laten inspireren door de gestileerde mensfiguren van Stijl-kunstenaar Bart van der Leck en door de kunstenares Lou Loeber. Daarnaast doet zijn werk aan kindertekeningen denken. De bekende koppoters bijvoorbeeld. Kunstenaars als Paul Klee en van de Cobra-beweging, zoals Karel Appel, deden dat ook. Zij hadden genoeg van het schilderen van brave portretten en zoete landschapjes en wilden net als kinderen spontane kunst maken. Deze vernieuwende kunstenaars wilden uitdrukking geven aan diepe gevoelens, zoals vrolijkheid, tragiek en angst. Daarbij gebruikten ze vaak intense kleuren. Tenslotte doet Snoecks werk denken aan de fleurige beelden van Niki de Saint Phalle (1930-2002). Aanvankelijk maakte zij provocerende kunst, waarbij ze poogde zich te bevrijden van haar jeugdtrauma’s. Maar razend populair werd ze in de jaren zestig met haar opgewekte ‘Nana’s’. Forse vrouwenfiguren die dansend en springend door het leven gaan.
Snoeck studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en werkte ook een jaar in het Parijse atelier van Ossip Zadkine. Eerst vrij traditioneel in steen en brons, later koos hij vaker voor keramiek, waarbij hij felle kleuren en speelse vormen ging gebruiken. Zijn vaak humoristische kunstwerken zijn in heel Nederland te vinden. Daarbij staan mensen centraal. Maar dan gaat het wel om heel aparte mensvormen. Zo komen we wormmensen, pinguïnmensen en ook regelmatig stoelmensen tegen. Heel bekend zijn de ‘zieken te bed’: tien kleurige bedden met patiënten bij het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag. In Voorburg bij de brandweerkazerne, staat zijn geestige ‘Ubu’. Een Jan Snoeck herken je uit duizenden.
Voor reacties en info over (online) cursussen kunstgeschiedenis: www.annemarieboorsma.nl.
















