
‘Gemeente moet niet slikken wat Den Haag bedenkt’
Politiek 227 keer gelezenLeidschendam-Voorburg - Het CDA in Leidschendam-Voorburg wil dat het gemeentebestuur zich steviger opstelt in de regionale samenwerking, met name in de relatie met Den Haag. Volgens de partij wordt er te vaak over de belangen van inwoners heen beslist en houdt Den Haag onvoldoende rekening met de gevolgen voor omliggende gemeenten.
Aanleiding voor de politieke discussie is het debat over de Vlietzoom, het gebied tussen de A4 en de Vliet dat doorloopt tot aan Rijswijk. Den Haag heeft plannen om onderdelen van het afvalcluster uit de Binckhorst te verplaatsen naar de Vlietzoom. Het gaat onder meer om een grofvuilbunker, een afval-brengstation en een zoutdepot.
De gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg sprak zich eerder al uit tegen de komst van een afvalcentrale in het gebied. In juli vorig jaar werd een motie aangenomen waarin het college werd verzocht deze ontwikkeling tegen te houden. Daarnaast wil de raad dat de inrichting van de Vlietzoom wordt gebaseerd op het Haags Cultuur Landschapspark, waarin groen, recreatie, sport en kleinschalige duurzame bedrijvigheid centraal staan. Dit alternatief is uitgewerkt door de Vlietzoom Alliantie.
Tijdens een commissiedebat vroeg CDA-raadslid Liesbeth van der Heide waarom het college niet heeft onderzocht of samenwerking mogelijk is tussen de Haagse afvalorganisatie en Avalex, dat op korte afstand actief is in hetzelfde gebied. Ook stelde zij de vraag waarom het college zich niet steviger opstelt richting Den Haag, zeker nu het zelf aangeeft dat natuur- en erfgoedwaarden in de Haagse plannen onvoldoende worden meegenomen.
Volgens het CDA zijn er meer dossiers waarop de belangen van inwoners onder druk staan. Bijvoorbeeld de toenemende parkeerdruk in Voorburg-Noord door maatregelen uit Den Haag, wat leidt tot extra overlast. Daarnaast leveren de plannen rond de Vlietlijn volgens de partij weinig voordeel op voor lokale inwoners maar hebben deze wel grote impact op leefbaarheid en bereikbaarheid.
“Regionale samenwerking is belangrijk, maar dat betekent niet dat wij alles moeten slikken wat Den Haag bedenkt,” stelt Van der Heide.
















