
Het leven en daarna
Cultuur 625 keer gelezenVoorburg - Het voelt heel bijzonder als je wandelt over de kaarsrechte laan op de Oosterbegraafplaats in Voorburg en aan het eind dit grafmonument ziet staan. Dat komt door de rij monumentale hoge bomen die aan weerszijden staan. Een soort strak gesnoeide groene kegels. Door de regelmatige beplanting stralen ze serene kalmte uit. Dat is ook de bedoeling van een begraafplaats. Dat je rustig de eindigheid van het bestaan kan overdenken.
Door Anne Marie Boorsma
Het grafmonument van de beeldhouwster Marian Gobius (1910-1994) straalt rust en geborgenheid uit. Dat komt door de licht gebogen eivorm, waartussen het jongetje staat. Daar binnenin zit nog een kindje verscholen. Kijk maar aan de achterkant. Alleen een hoofdje en armpje zijn zichtbaar.
Het beeld vertelt een universeel verhaal over ouderschap. De buitenste vormen zou je kunnen zien als het ouderpaar dat het jonge leven liefdevol en beschermend omvat. Tegelijkertijd zie je de drang naar vrijheid: het jongetje zet een stap voorwaarts, de wijde wereld tegemoet. Een ouderlijke arm om zijn middel lijkt te zeggen: ‘ga maar, maar wees voorzichtig’. Ook het verscholen kindje wil de wereld verkennen. Kijk maar naar het armpje dat het uitstrekt. Het is de kern van het ouderschap, de voortdurende balans tussen beschermen en durven loslaten.
De eivorm is een oud symbool voor de cirkel van het leven. Van geboorte, dood en wedergeboorte. Logisch, want een ei heeft geen duidelijk begin-of eindpunt. En het menselijk leven begint ook in een ei. Het is een vorm die je in de beeldhouwkunst veel ziet bij abstracte kunstenaars, zoals bij de Britse beeldhouwster Barbara Hepworth (1903-1975). In het Kröller-Müller Museum kan je haar werk ‘Curved Form with Inner Form (Anima)’, 1959 bekijken. Een bronzen beeld met een open eivorm, waarbinnen organische, gestileerde vormen te zien zijn die doen denken aan menselijke figuren. Hetzelfde museum is in het bezit van ‘Le commencement du monde’, 1924, ofwel ‘Het begin van de wereld’, van Constantin Brancusi (1876-1957). De van oorsprong Roemeense kunstenaar begon zijn carrière in Parijs en werd wereldberoemd. Hij zocht naar de essentie van het leven en kwam uit, jawel, bij het ei.
Ook expressionistische beeldhouwers, zoals de Duitse Käthe Kollwitz (1867-1945) hebben aangrijpende beelden gemaakt van moeders die hun kinderen beschermen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan ‘Mutter mit Zwillingen’, uit 1927/1932, waarbij een zittende, gebogen moeder met forse gespierde armen haar jonge tweeling omvat en beschermend tegen haar borst duwt.
Terug naar Marian Gobius. Haar graf is inmiddels geruimd. Dit monument is door de nabestaanden geschonken aan de begraafplaats. Gobius had een voorliefde voor het afbeelden van kinderen. Nogal eens kinderen zonder kleren, waarmee ze hun onschuld en kwetsbaarheid wou benadrukken. Maar ook om haar beelden tijdloos te maken. Kleding is modegevoelig. Vandaar.
Gobius studeerde aan de academies van Amsterdam en Parijs. Ze kreeg les van Jan Bronner en Toon Dupuis. Het grootste deel van haar leven woonde en werkte ze in Voorburg. We komen haar werk daar vaak tegen. Zoals ‘Prinses Marianne’, in de tuin van de Oude Kerk. Of ‘Huiselijk Geluk’, aan de Monseigneur Van Steelaan. Gobius kreeg geen kinderen. Ze wijdde zich volledig aan haar kunstenaarschap. Haar kunst leeft voort.
Ga voor reacties en informatie over (online) cursussen kunstgeschiedenis naar de website www.annemarieboorsma.nl.
















