Twee leeuwen en reliëf (1940 Johan Coenraad (Jan) Altorf) bij het Raadhuis, Raadhuislaan 1 Leidschendam (foto: Marian Kokshoorn).
Twee leeuwen en reliëf (1940 Johan Coenraad (Jan) Altorf) bij het Raadhuis, Raadhuislaan 1 Leidschendam (foto: Marian Kokshoorn).
KUNST IN LEIDSCHENDAM-VOORBURG

De wachters van Leidschendam

Cultuur 177 keer gelezen

Leidschendam - Voor de bakstenen gevel van het raadhuis in Leidschendam bevindt zich een ingangsportaal met bogen en een trapje. Op de twee hoeken staat een leeuw. Ze zitten strak rechtop en houden een wapen vast waarop ook weer een leeuw staat. De roofdieren vertellen een verhaal, net als het reliëf boven in de gevel.

Door Anne Marie Boorsma 

De leeuwen zijn niet realistisch weergegeven. Een leeuw zit normaal gesproken niet zo rechtop en heeft ook niet van die hoekige vormen. Deze twee wel. Hun bek staat wijd open. Je hoort ze bij wijze van spreken angstaanjagend brullen. Ze houden de wacht en stralen kracht en macht uit. De leeuwen staan symbool voor een krachtig Nederland. Maar ook voor standvastige besluiten van het gemeentebestuur binnen de muren van het raadhuis.

In het midden van de gevel, hoog boven het ingangsportaal, zit een wit geglazuurd reliëf. Hier zie je het wapen van de toen nieuwe gemeente Leidschendam: het resultaat van de fusie tussen Stompwijk en Veur. In het midden van het wapen zie je blauwe golfjes die de Vliet voorstellen. Daartussen ligt een dam met de sleutels uit het wapen van Leiden. De hertenkop met het gewei verwijst naar het hert uit het wapen van de voormalige gemeente Stompwijk, en de halve maan naar de voormalige gemeente Veur. Je ziet de twee wapens van deze oude gemeenten in het klein aan weerszijden staan. ‘1940’ vermeldt het reliëf: het jaar waarin het raadhuis werd gebouwd.

De leeuwen en het reliëf zijn van de Haagse kunstenaar Johan Coenraad (Jan) Altorf; 1876-1955). Hij werkte nauw samen met de architect van het raadhuis, Alexander Kropholler. Ook binnen heeft Altorf een stenen kunstwerk gemaakt: een zittende hond. Hij zit als een sfinx op de balustrade van de trap. De hond staat voor trouw en waakzaamheid.

De kunstenaar Altorf werd geboren en getogen in Den Haag. Als zoon van een timmerman ging hij in de leer bij een stoelenmaker, waar hij leerde houtsnijden. In de avonduren bezocht Altorf de Haagse Academie. Zijn hele leven werkte hij nauw samen met architecten. Niet alleen met Alexander Kropholler, maar ook met Henry van de Velde, H.P. Berlage en Jo Limburg. De beroemde Haagse kunstmecenas en kunstdocent H.P. Bremmer zag zijn talent. Hij kocht beeldjes van Altorf en verkocht deze door aan zijn bekende leerling Helene Kröller-Müller. Werken die nog altijd te bezichtigen zijn in haar museum in Otterlo. Altorf was een echte ‘animalier’, een kunstenaar die gespecialiseerd is in het afbeelden van dieren. Hij maakte onder andere leeuwen, uilen, pelikanen, apen en honden.

In 1938 kreeg Kropholler de opdracht voor het raadhuis. Een jaar later begon de bouw, vlak voordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Dat zorgde voor spanningen; zo werden bouwmaterialen al snel schaars. Vanwege de Duitse bezetting was er geen groot feest tijdens de opening. Daar kwam bij dat Kropholler zich aansloot bij de Kultuurkamer, een door de Duitse bezetters ingestelde organisatie waar kunstenaars en architecten verplicht lid van moesten zijn om hun beroep uit te mogen oefenen. Kropholler werkte in een vrij traditionele stijl. Zijn monumentale bouwwerken zijn te herkennen aan het veelvuldig gebruik van robuuste bakstenen en de kenmerkende hoge, schuine daken.

Kijk voor reacties en meer informatie over (online) cursussen kunstgeschiedenis op de website www.annemarieboorsma.nl.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant