Het overlijden van de schippersdochter werd uiteindelijk ingeschreven in de burgerlijke stand te Sloten.
Het overlijden van de schippersdochter werd uiteindelijk ingeschreven in de burgerlijke stand te Sloten.
HISTORISCH LEVEN LANGS DE VLIET

Vrouw verdronken in Vliet

Historie 1.084 keer gelezen

Leidschendam - In de winter van 1884 kwam op mysterieuze wijze een 44-jarige schippersdochter in het water terecht van de Leidsche Vliet. Lange tijd werd gezocht naar het stoffelijk overschot. Maar was het een misdrijf of een ongeluk?

Door F.J.A.M. van der Helm

Vanaf de 17e eeuw werd het intensieve waterwegennet alsmaar uitgebreid. Zowel vrachtboten als passagiersschepen bevoeren de drukbevaren waterwegen, waaronder de Leidsche Vliet. Met het vervoer over water was het waterrijke Holland vrij uniek, daar in omringende gebieden en landen het vervoer over land plaatsvond: vracht met paard en wagen en personen met de diligence.

Dat het water ongelukken met zich meebracht, staat buiten kijf. Daarbij kon het gaan om aanvaringen, maar ook het overboord geraken om verschillende redenen kwam veelvuldig voor. Overdag werd het geschreeuw van de te water geraakte drenkeling meestal tijdig gehoord, maar ’s nachts was dat anders. Zo ook in een winternacht van februari 1884 in de Leidsche Vliet nabij de scheepmakersbaas Den Baars in de gemeente Veur.

(Onbezoldigd) veldwachter Frans Foqui van Veur kreeg zaterdagochtend 16 februari 1884 om 8 uur de melding dat de 44-jarige Renske Adriana van den Doel vermoedelijk overboord was geslagen, omdat zij onvindbaar was op de schuit en er op het dek wel een emmer stond. De schipper en tevens stiefvader Albertus van Boekhout vreesde dat ze in het koude water terecht was gekomen. Hij had het water wel afgespeurd, maar kon haar in de duisternis van de winterochtend niet vinden. De veldwachter snelde naar de plaats des onheils en ondertussen werd hij bijgepraat door de onfortuinlijke schipper. De schipper, geboren in 1821 te Dordrecht, vertelde dat hij zijn leven lang schipper was geweest. Hij was in 1851 getrouwd met de moeder van Renske, Trijntje Klaassens Hof. Renske, geboren in Hellevoetsluis, woonachtig in het Noordhollandse Sloten en ongehuwd, was dus de stiefdochter van de schipper.

Bij zijn schuit aangekomen inspecteerde de veldwachter de situatie en waren omstanders volop aan het dreggen en speurden dorpsgenoten en buren vanaf bootjes het water af. De drenkeling werd niet ver van de boot gevonden en uit het water gehaald. De dokter constateerde haar dood. De burgemeester werd geïnformeerd en die gelastte de politie te onderzoeken of er sprake was van een misdrijf.

Geneesheer A.F. van Leeuwen uit Leidschendam verrichtte onderzoek op het stoffelijke overschot om te kijken of er verwondingen aanwezig waren die zouden kunnen wijzen op een misdrijf. De doodsoorzaak was duidelijk verdrinking. Vermoedelijk was Renske in het donker gestruikeld over de emmer. De burgemeester gaf het lijk vrij en schipper Albertus kreeg toestemming om verder te varen naar Den Haag. Hij mocht het stoffelijk overschot meenemen om het aldaar te laten begraven. Ook in de gemeente Sloten werd aangifte gedaan van het overlijden van Renske, zij het ruim een maand later.

Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.

Uit de krant