Veursestraatweg, gezien vanaf de Damlaan rond 1900 (foto: ansichtkaart).
Veursestraatweg, gezien vanaf de Damlaan rond 1900 (foto: ansichtkaart).
HISTORISCH LEVEN LANGS DE VLIET

Slagersvrouw belaagd bij Damlaan

Historie 1.112 keer gelezen

Leidschendam - Waren het wilde Leidse studenten? De 27-jarige Geertje Jans werd door een stel brutale mannen te paard achterna gezeten. Ze wist op het nippertje te ontkomen en erger te voorkomen. Een angstig gebeuren, dat haar nog lange tijd heugde.

Door F.J.A.M. van der Helm

De dagen begonnen te lengen, de lente was inmiddels een maand oud toen Geertje Jans (1793-1851) bijna werd geschaakt door een stel onverlaten. Een vreselijke en onvergetelijk dag die 14e april in 1820. Rond de klok van 4 uur in de namiddag vond de gepoogde aanranding plaats, waarbij Geertje uitgedaagd werd om op het paard te komen van een van de zes brutale mannen te paard.

De sprankelende Geertje moet een aanlokkelijke prooi zijn geweest voor de hooggezeten heren die haar voorbij het Veurse tolhek aan de Damlaan benaderden. Ze vroegen haar mee te gaan, daagden haar uit en schalkse opmerkingen maakten, waar Geertje in eerste instantie van schrok en later van aan de haal ging. Eerst was ze beleefd tegen de vreemde heren en meende ze hen te moeten helpen bij het wijzen van de weg of iets dergelijks. 

Maar al spoedig merkte zij dat ze boosaardige gedachten in hun hoofd hadden, wat zij in woorden ook duidelijk maakten. De stemming werd dwingender en dreigender waarop Geertje harder ging lopen en zich probeerde te verschuilen achter de bomen bij de waterkant, waardoor ze minder gemakkelijk te pakken dacht te zijn. Ze was ten einde raad, raakte in paniek, schreeuwde en raakte bijna te water. Uiteindelijk kozen de kerels het hazenpad toen enkele lieden op het geschreeuw afkwamen.

Twee lieden die nabij het tolhek woonden en werkten kwamen haar te hulp. Het waren de schilder Willem Bleijs en de tuinder Leendert van Rooijen. Ze wisten Geertje van haar belagers te ontzetten en vingen de over haar hele lichaam bevende jonge vrouw op, terwijl de onkiese ruiters hun paarden flink de sporen gaven richting Voorschoten. Hijgend van angst vertelde ze haar belevenissen en inmiddels kwamen ook andere buurtbewoners op het tumult af. Geertje wilde maar één ding: zo gauw mogelijk naar huis, waar ze haar verhaal aan haar man kon vertellen.

Thuis gekomen stond vleeshouwer Pieter Claris klaar om haar op te vangen en haar vreselijke verhaal aan te horen. De van geboorte Maassluise Geertje was de steun en toeverlaat van de vijf jaar oudere Pieter met wie ze net twee maanden was getrouwd. Pieter besloot de volgende dag aangifte te doen in de hoop dat deze onbeschofte ruiters opgespoord zouden worden en hun straf niet zouden ontlopen.

Inmiddels wist een getuige te vertellen dat de ruiters halt hadden gehouden bij herberg Schakenbosch, waar ze met veel drukte een groot glas cognac hadden geëist. Ze dronken die gezamenlijk leeg, wierpen het glas tegen de grond en vertrokken zonder te betalen. Het waren volgens de getuigen bravourende studenten, die richting Leiden vertrokken. Er is nimmer meer wat van hen vernomen.

Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.

Uit de krant