
De laatste vrouwe van Veur
Historie 347 keer gelezenLeidschendam In 1965 overleed de laatste vrouwe van Veur op kasteel Duivenvoorde. Ze had de heerlijkheid Veur in handen gekregen van haar broer, die in 1957 door een tragisch ongeluk om het leven was gekomen. Daarmee kwam een einde aan het leven van de laatste eigenaren en bewoners van het historisch kasteel te Voorschoten, dat dit jaar 800 jaar bestaat. Eveneens was het gedaan met de titel heer en vrouwe van Veur.
Met het kinderloos heengaan van freule Ludolphine Henriette Barones Schimmelpenninck van der Oye verdween de 27e maar tegelijkertijd ook laatste ambachtsvrouw van Veur. Zij overleed op haar geliefde kasteel op 28 maart 1965 na een langdurig ziekbed zoals de officiële rouwadvertentie vermeldt. Ze was tevens ook de laatste Vrouwe van Voorschoten.
In 1957 erfde ze de titel vrouw van Veur, nadat haar broer Willem dood in zijn auto werd gevonden die tegen een muur in het rosarium aan het Wilhelminaplein in Wassenaar was gebotst. Vermoedelijk was hij tijdens het rijden getroffen door een hartverlamming. Na een indrukwekkende uitvaart in de Hervormde kerk van Voorschoten werd zijn kist bijgezet in het familiegraf
Ludolphine, die in Sint Petersburg ter wereld kwam vanwege de baan in diplomatieke dienst van haar vader, kwam in 1914 samen met haar broer Willem op Duivenvoorde wonen. De inwoners van Veur en Voorschoten gaven broer en zus een uiterst hartelijk welkom. Ofschoon de adellijke lieden geen enkele macht meer bezaten te Veur, behoorden ze wel tot de toplaag van de samenleving. Bij menige gelegenheid werd het hoge gezelschap met alle egards ontvangen. Dat aanzien had ook alles te maken met de baan van Ludolphine aan het hof als hofdame van Emma en hofdame honorair van Wilhelmina en Juliana dichtbij het centrum van de macht.
In haar leven op Duivenvoorde was ze een steun en toeverlaat voor haar broer. Regelmatig werd het landgoed gebruikt voor sociale evenementen, waarvan het Comité Auto- en Boottochten in 1932 kon getuigen. Het particuliere – toen nog niet openbaar toegankelijke- landgoed werd opengesteld voor naar schatting 160 kinderen met een lichamelijke beperking. Ze werden er getrakteerd op een glas melk, een poppenkastvoorstelling en een optreden van een vingervlugge goochelaar. De kinderen hadden de dag van hun leven!
Ondertussen waren de allebei ongehuwde Ludolpine en Willem druk bezig met de het in de familie houden van het kasteel. In navolging van kasteel Twickel dachten broer en zus na over het onderbrengen van Duivenvoorde in een stichting. Dit zou de continuïteit waarborgen, maar ook de enorme lasten bij erfbelasting wegnemen en tevens de weg vrijmaken voor subsidies van het rijk. Door Willems dood moest Ludulphine in 1960 als enige haar handtekening zetten onder de notariële acte waarmee het landgoed Duivenvoorde overging in de stichting. Nog vijf jaar kon ze de voorzittershamer hanteren van het stichtingsbestuur alvorens ze in 1965 overleed.
















