
Riool, vuilnis en reiniging
Historie 111 keer gelezenVoorburg - Toen de Gemeentelijke Reinigingsdienst Voorburg in 1944 zijn 25-jarige jubileum vierde was het tijd om even terug te kijken op de voorbije jaren. Burgemeester, personeel en andere belangstellenden waren schriftelijk uitgenodigd om op maandag 3 april 1944 acte de présence te geven in het Forumtheater aan de Herenstraat.
Door F.J.A.M. van der Helm
Reikhalzend werd uitgekeken naar de feestrede van directeur W. van der Sluijs, die vanaf 1922 aan het hoofd stond van de reinigingsdienst. De speech deed hij keurig uit zijn hoofd, gesteund door enkele aantekeningen die bewaard zijn gebleven.
De alsmaar toenemende hoeveelheid huisvuil was rond 1900 al een probleem dat steevast op de agenda stond van de gemeenteraad. Het ophalen van huisvuil gebeurde door particulieren. Met een hondenkar trokken de ophalers door de straten om het aangeboden huisvuil op te laden. In 1909 was H. de Zeeuw bereid om deze werkzaamheden te klaren voor 750 gulden per jaar. Hij beperkte zijn rayon tot de Herenstraat en de zijstraten. Veel meer was er toen ook nog niet. Het ophalen op het platteland werd gezien als een taak van de provincie. In 1914 werd voor de nieuwe aanbesteding door De Zeeuw 2.350 gevraagd. Een aanzienlijke verhoging.
De gemeente besloot in 1919 een eigen vuilnisdienst op te richten: de Gemeentelijke Reinigingsdienst Voorburg was geboren met H.W. Scholten als directeur. Voorburg zag het ophalen van vuilnis niet langer als een particulier initiatief doch als een overheidstaak. In Den Haag was reeds in 1870 besloten om de gemeente de stad schoon te laten houden, omdat de particuliere aannemers het voortdurend af hadden laten weten.
De voormalige pachter De Zeeuw kwam in loondienst samen met enkel van zijn werklieden. Ook de drie paarden en oude vuilniswagens werden overgenomen. Beladen met vuilnis reden ze naar de stortplaats achter de begraafplaats aan de Parkweg, nabij de gemeentelijke biologische rioolwaterzuiveringsinstallatie. Later werd het afval afgevoerd naar Stompwijk en bij de plassen in Nootdorp. In 1920 werden de paarden werden vervangen voor heuse auto’s en in 1925 kreeg de reiniging een eigen gebouw aan het Oosteinde. Het rioolnet breidde zich ook alsmaar verder uit. In 1923 werd het aangesloten op Den Haag, wat 20.000 gulden per jaar ging kosten.
In het oorlogsjaar werd even stilgestaan bij de moeilijke levering van benzine met alle gevolgen van dien. Over andere ‘lastige’ zaken van de oorlog werd opvallend genoeg niet gesproken, terwijl Voorburg de hongerwinter van 1944 toch echt bewust heeft meegemaakt. Wel wist Van der Sluijs trots te melden dat zijn bedrijf goed functioneerde. Na de oorlog werd door het personeel een fraai herinneringsbord met een diameter van 41 cm aan het gemeentebestuur aangeboden, gemaakt door de Porcelyne Fles met als randschrift 1919 Gemeentelijke Reinigingsdienst 1944 met in het midden het wapen van Voorburg.
Maar de vraag is: Waar is het bord gebleven?
Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.
















