Logo hetkrantje-online.nl
<p>Het beeld &lsquo;Bok met twee geiten&rsquo; van Gerda van den Bosch in Duivenvoorde (tekst: Anne Marie Boorsma / foto: Marian Kokshoorn).</p>

Het beeld ‘Bok met twee geiten’ van Gerda van den Bosch in Duivenvoorde (tekst: Anne Marie Boorsma / foto: Marian Kokshoorn).

De bok en de geitjes

  •   keer gelezen   Cultuur

Leidschendam - De bok heeft de top al bereikt. Hij is de baas, dat zie je onmiddellijk. Het zijn die grote gebogen horens die het hem doen, die rustig blik in de ogen onder die dikke kuif. En de baard die de snuit omlijst. Hij heeft aanzien. Dat zie je aan zijn houding die een en al natuurlijk overwicht uitstraalt. Bij de geitjes zit het heel anders.

De geitjes zijn bezig de bok te volgen. De middelste staat op het muurtje en kijkt naar beneden. Ze is wat onzeker. Ze houdt het kopje scheef. De rechter geit zie je klauteren. Ze staat met nog maar één achterpoot op een lager liggend plateau en met de voorpoten al op het muurtje. Tussen muurtje, plateaus, bok en geiten, staat een bankje.

Het geheel wordt omsloten door een cirkelvormige heg. De hele setting nodigt uit tot denken, overdenken, of tot een goed gesprek. Bijvoorbeeld over de relatie mens/geit. De geit hoort wereldwijd al duizenden jaren bij de mens. Hij wordt gehouden voor vlees, melk en soms ook voor de wol. Denk maar aan de geitenwollen sok. Geiten worden wel ‘de koe van de arme man genoemd’, omdat ze kunnen leven in sobere omstandigheden.

De bok, dus de mannetjesgeit, heeft geen geweldige reputatie. Hij wordt geassocieerd met wellust en met de duivel. Ik denk ook aan uitdrukkingen als: ‘de bokkenpruik op hebben’, dan zit je dus flink te chagrijnen. Een ‘bokkensprong’ staat voor een dwaze handeling en ‘bokkenrijders’ hebben ook al een slechte naam. Maar eerlijk is eerlijk, ‘geiten’ is ook niet echt positief. Als meisjes dat doen zitten ze onnozel te giechelen. Op het stenen plateau onder de bok is een plaquette waarop staat: ‘Stichting Duivenvoorde, 1968 25 oktober 1993’ en de naam van de kunstenares: Gerda van den Bosch. Zij kreeg dus de opdracht vanwege het 25-jarig bestaan van de stichting.

Gerda van den Bosch (Batavia 1929) heeft het beeldhouwen geleerd van Marcus Ravenswaay. Haar honden, katten, geiten en schapen staan door heel Nederland. Het zijn allemaal realistische dierenportretten.

Het afbeelden van dieren is zo oud als de mensheid. In de 19de eeuw werd de realistische weergave geweldig populair. Kunstenaars die hierin gespecialiseerd waren werden ‘animaliers’ genoemd. Ik denk aan de bronzen leeuwen en tijgers van de Fransman Antoine-Louis Barye, of aan al die dierensoorten die de Italiaan Rembrandt Bugatti gemaakt heeft. Hij was vaak te vinden in de dierentuin van Antwerpen. Wat de Nederlandse beeldhouwers betreft denk ik aan bijvoorbeeld Jaap Kaas en Johan Coenraad Altorf.

Je vraagt je wel een beetje af of het in deze tijd nog wel gepast is om zo’n typisch macho-dier als grote overheerser met zijn vrouwtjes-volgelingen af te beelden. Maar ja, denkbeelden veranderen. Geschiedenis is altijd in beweging.

Meer info - ook over cursussen - op www.annemarieboorsma.nl.

Meer berichten