
Stompwijk betaalt...
Historie 100 keer gelezenStompwijk - Het gebeurde niet vaak. Maar één keer moest de Stompwijkse gemeenschap betalen voor een voormalige inwoner die in het krankzinnigengesticht was beland. In dit geval ging het om een man van middelbare leeftijd die geen Stompwijker was van geboorte, maar hier door het noodlot terecht was gekomen.
Over de man waarvoor de gemeente Stompwijk moest betalen aan het Rijks-Krankzinnigengesticht te Medemblik is feitelijk weinig bekend. Als we het spoor goed volgen, dan is de man genaamd Egidius Verzwijveren (Woensdrecht 1854-Medemblik 1895). Op 18 augustus 1894 schreef het gesticht aan de burgervader van Stompwijk over betrokken patiënt ‘dat er zeer weinig kans op herstel bestaat; lichamelijk als geestelijk is hij langzaam achteruitgaande’ meldde de geneesheer-directeur van de Medemblikse inrichting.
Wat weten we van de man, waar kwam hij vandaan en wat was zijn binding met Stompwijk? Eigenlijk weten we bar weinig over hem. Pas op 2 januari 1893 heeft hij zich te Stompwijk in laten schrijven met zijn vrouw Johanna Hagenaars en zijn nicht Maria Hagenaars die geboren was te Schiedam. Het drietal kwam uit Rijswijk waar ze woonden in een keet in de Plaspoelpolder. En van daaruit zijn ze halsoverkop naar Stompwijk gekomen omdat zijn vrouw moest bevallen. Vermoedelijk heeft ze in een schuur of bijgebouw het leven gegeven aan een dochtertje, genaamd Adriana Cornelia die op 5 januari 1893 om 19 uur ‘s avonds werd geboren in huis staande in wijk B nummer 141A.
Ofschoon de man bij de aangifte van zijn dochtertje opgaf machinist te zijn, is de kans dat hij daadwerkelijk nog werkte erg klein. Bij het beroep van machinist kunnen we van alles bedenken. Hij kon werkzaam zijn geweest op trein of boot, in het leger overal kwamen we machinisten tegen in die tijd.
Toch kwamen we de machinist ook al tegen bij zijn huwelijksaangifte te Weesperkarspel waar hij op 24 juni 1886 trouwde. Hij was toen 31 en huwde met de 19-jarige Johanna Hagenaars, afkomstig uit Buurmalsen. Beiden waren toen woonachtig te Weesperkarspel waar kennelijk de vonk is overgeslagen. In die plaats is geen verder levensteken aangetroffen. Na die plaats verhuisde het stel naar Vught in 1890 om enkele maanden later weer naar Zuijlen te vertrekken. Duidelijk is dat de verwarde man van hot naar het reisde totdat hij er uiteindelijk bij neerviel.
Dat het stel in Stompwijk terecht kwam was een toevalstreffer; na de bevalling te Stompwijk zaten ze in augustus 1893 met hun nieuwe boreling alweer in Den Haag. Daarvandaan werd de ‘machinist’ overgebracht naar Medemblik. Hij was op zveel plaatsen geweest, doch was Stompwijk toch de uitverkorene die de rekening moest betalen voor het gesticht waarin Egidius werd verpleegd. De verschuldigde rekening voor Stompwijk bedroeg ƒ67,50 per kwartaal en tot zijn overlijden op 20 februari 1895 werd deze keurig betaald.
Daarna trad zijn weduwe in 1896 in het huwelijk met Antonius van Dorst.
















