Omnia taxi uit Den Haag (foto: conam.info).
Omnia taxi uit Den Haag (foto: conam.info).
historisch leven langs de Vliet

Autofabriek in Voorburg

Historie 2.041 keer gelezen

Voorburg - In het begin van de 20e eeuw kreeg Voorburg een heuse automobielfabriek binnen de grenzen, luisterend naar het merk Omnia. Het bedrijf leverde luxe personenauto’s, solide bestelwagens en kleine vrachtwagens. 

Door F.J.A.M. van der Helm

Ook al was de personenwagen nog een uitzondering in de straten, aan de Westvlietweg in Voorburg (later Leidschendam en nu Den Haag) verscheen in 1908 een fabriek waar auto’s in elkaar werden gezet. Het verschijnsel ging aan de meeste inwoners voorbij, doch een enkeling zal er toch weet van hebben gehad. De wagen, voorzien van een motor, maakte zoveel ongekend lawaai, dat je zijn verschijning onmogelijk kon missen. Voor Voorburg en omgeving betekende de komst van de fabriek werkgelegenheid. Ongeschoolde boerenjongens konden aan de slag op de fabricageafdeling, waar ze tot bankwerker werden opgeleid. Ook was er geregeld vraag naar geschoolde draaiers en frezers.

Over de exacte herkomst van het bedrijf is weinig bekend. Vast staat dat het Rotterdamse motorenbedrijf Omia Engeneerings Works Houwing & Co aan de basis stond. Dit bedrijf was in 1906 reeds gevestigd in Delfshaven. Naast motoren besloot het management ook automobielen te gaan fabriceren. Delfshaven werd te klein en besloten werd naar Voorburg te verhuizen. In 1908 komen we het bedrijf daar tegen met de nieuwe naam Limited Liability Company Omnia Motors (N.V. Omnia Motoren). Als vestigingsplaats werd Stompwijk vermeld, met daarbij ter verduidelijking tussen haakjes ‘bij Den Haag’. Directeur was Pieter Carel Zuyderhoudt (1878-1925). In 1909 was er een aandeelhoudersvergadering waarbij P.H. Meijer Timmerman Thyssen tot directeur werd benoemd. Het bedrijf was nog steeds een motorenfabriek, die deze zowel voor auto’s als motorboten vervaardigde.

In 1907 presenteerde Omnia zich in het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam, waar door de RAI een tentoonstelling werd gehouden voor automobielen, rijwielen en motorboten. Het bedrijf was volop in de race om zijn nieuwste modellen te presenteren. De deftige Omnia dokterscoupé stond behoorlijk in de belangstelling. Deze wagen was niet alleen aantrekkelijk voor artsen, maar ook voor de opkomende taxibranche. De automarkt stond nog in zijn kinderschoenen, doch langzaam werd het rijtuig met paard vervangen door automobielen die werden aangedreven door motoren met de nodige paardenkrachten. Diverse Omnia-modellen hadden nog een ouderwetse kettingoverbrenging, wat de wagen technisch niet aantrekkelijk maakte.

In Den Haag kwam de wagen in 1909 als taxi in de straat. De Haagse Auto Taximeter Onderneming (HATO) besteld er 14. Een jaar later volgde Breda en Deventer. Dankzij deze taxibedrijven kon de fabriek zich enkele jaren draaiende houden. Particulieren hadden weinig interesse voor het voertuig. Over het boekjaar 1910 werd een bescheiden winst behaald maar in 1913 verkeerde het bedrijf reeds in slecht weer, spoedig gevolgd door een faillissementsuitspraak.

Reacties naar helmhuis@ziggo.nl.

Uit de krant